Zelfstandige zorgverleners garanderen goede thuiszorg

Zelfstandige zorgverleners garanderen goede thuiszorg

‘We werken aantoonbaar doelmatiger dan traditionele thuiszorgorganisaties’

Doelmatige thuiszorg met zeer tevreden cliënten. Dat kenmerkt het bedrijfsmodel van PrivaZorg dat uitsluitend werkt met zelfstandige zorgverleners.

Meer dan tweeduizend zelfstandige zorgverleners werken onder de vlag van PrivaZorg. Zij komen in contact met cliënten via één van de dertig zelfstandige steunpunten, verspreid over het hele land. PrivaZorg is toegelaten voor zorg die valt onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en voldoet aan de kwaliteitsnormen die de wet stelt. Cliënten kunnen er ook terecht voor thuiszorg die valt onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Zorgverzekeringswet. Kortom, PrivaZorg biedt het hele pallet aan thuiszorg, van begeleiding tot  gespecialiseerde verpleging. Volgens Barend van Leeuwen die sinds eind 2009 samen met oprichters Bertien Vries en Rob Verzijl de directie vormt, bewijst het model van PrivaZorg zich al meer dan tien jaar in de praktijk. “Cliënten zijn zeer tevreden, zo wijst onderzoek uit. Bovendien werken we aantoonbaar doelmatiger dan traditionele thuiszorgorganisaties. Dat laatste betekent wel dat we niet de maximale financiering krijgen. We beschouwen die strafkorting maar als een paradoxaal schouderklopje voor het succes van de organisatie.”

 

De beperkte overhead is één van de redenen dat PrivaZorg efficiënter werkt. Het centraal kantoor in Amersfoort telt krap dertig werknemers. Het grootste deel daarvan werkt op de administratie: zij controleren de declaraties van de zorgverleners en regelen de uitbetaling. Verder draagt de grote  betrokkenheid van de zorgverleners bij aan de doelmatigheid, zegt Vries. Voor een deel heeft dat te maken met hun ondernemerschap. “De schoorsteen rookt alleen als je zorg verleent. Besprekingen zijn daardoor opvallend efficiënt.” Ook meldt een zelfstandige zich minder snel ziek. “Ze moet dan zelf de cliënt bellen met wie ze een afspraak heeft. Als je je gewoon kunt afmelden bij een baas ligt die drempel veel lager.”

 

Van verwijten dat ondernemerschap vanwege het ontbreken van sociale zekerheid slecht past bij zorgverleners in de thuiszorg wil Van Leeuwen niet horen. “Over de bakker of kaasboer hoor je dat nooit. Zorgverleners die kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap doen dat heel bewust. Een grote groep wil wél de warme deken van het sociale vangnet en kiest voor loondienst.” Verzijl vindt dat prima. “Iedereen maakt eigen keuzes. Ons model heeft de mogelijkheid geschapen het arbeidsethos naar wens te plooien.”

 

Zowel cliënten als zorgverleners varen wel bij het bedrijfsmodel van PrivaZorg. Toch vindt dat vooralsnog weinig navolging. Vries zegt dat sprake is van ontmoedigingsbeleid door de overheid onder invloed van de fiscus. Treffend in dit verband is dat haar organisatie twee keer een kort geding heeft aangespannen over de inzet van ZZP'ers in de thuiszorg. Het eerste geval ging over WMO-zorg waarbij het volgens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dankzij een wetswijziging niet langer mogelijk was ZZP'ers in te zetten. In het tweede geval suggereerde minister De Jager van Financiën in een brief ten onrechte dat inzet van ZZP'ers bij AWBZ-zorg in strijd is met de wet. De rechter stelde PrivaZorg beide keren in het gelijk. De onzekerheid is pas echt weggenomen als duidelijk is dat de Belastingdienst ZZP'ers in de thuiszorg inderdaad ziet als ondernemers. Er moet zo snel mogelijk uitsluitsel komen, aldus Van Leeuwen. “De fiscale wetgeving moet aansluiten op het maatschappelijk belang waarin ZZP'ers in de thuiszorg kunnen voorzien. Die zorghanden kunnen we niet missen.”