‘Normen helpen bedrijven om aan EU-richtlijnen te voldoen’

‘Normen helpen bedrijven om aan EU-richtlijnen te voldoen’

‘Voor duurzame bouw is een integrale aanpak nodig van ontwerp, bouwfase en beheerfase’

NEN heeft in de bouwsector laten zien dat het ten aanzien van internationale normering een belangrijke rol speelt, en zet nu sterk in op de normalisatie van duurzaamheid. Naast specificatie van duurzaamheidsindicatoren vereist duurzame bouw een integrale aanpak van ontwerp, bouwfase en beheerfase.

NEN speelt een sleutelrol in de normalisatiewereld, vertelt Piet-Hein Daverveldt, de nieuwe algemeen directeur, trots. “NEN vertegenwoordigt Nederland op mondiaal niveau binnen ISO en op Europees niveau binnen CEN. Deze organisaties stellen normcommissies in om afspraken, specificaties of criteria vast te stellen voor een product, dienst of methode. Een van de aangesloten landen krijgt daarvan het secretariaat, een belangrijke positie die veel gewicht in de schaal legt. NEN voert het secretariaat voor ruim 270 internationale en Europese normcommissies.”

NEN is goed bekend in de bouwsector, aldus Daverveldt. “In deze sector, waar kwaliteit, veiligheid en efficiency uiteraard van groot belang zijn, heeft NEN laten zien dat internationale normering veel waarde toevoegt voor de bouwsector. Normalisatie maakt het werken over de grenzen heen makkelijker, bevordert het handelsverkeer en vereenvoudigt het voldoen aan de Europese richtlijnen. Een bedrijf dat zich bewust aan de normen houdt, wordt verondersteld aan de daarmee samenhangende wetgeving te voldoen. De bewijslast hiervoor ligt niet meer bij het bedrijf. Daarentegen moet een bedrijf dat ervoor kiest om zich niet aan de normen te houden, wel kunnen bewijzen dat het aan de wettelijke vereisten voldoet. Normalisatie is dus een heel geschikt instrument om aan Europese richtlijnen te voldoen.”

Daverveldt constateert een aanhoudende verschuiving van nationale normen naar Europese normen en richtlijnen. “Zo heeft de NEN-serie 6700, die voorheen de constructieve sterkte van gebouwen vastlegde, sinds 1 april jongstleden plaatsgemaakt voor Eurocodes. In de praktijk houdt een verschuiving naar internationale normen niet per definitie een verandering in. Veel Nederlandse normen zijn namelijk internationaal doorvertaald. Denk bijvoorbeeld aan normen voor bepaalde werkmethoden, of gevaarlijke stoffen in bouwproducten. NEN is op dat vlak altijd zeer actief geweest, en de geavanceerde Nederlandse aanpak is hiervoor als basis genomen voor de nieuwe internationale normen. Dat is gunstig voor Nederlandse bedrijven. Ze hoeven niet veel aanpassingen te doen, en als buitenlandse concurrenten dezelfde normen moeten hanteren, is er sprake van een gelijk speelveld.”

‘Voor duurzame bouw is een integrale aanpak nodig van ontwerp, bouwfase en beheerfase’

 

Ketensamenwerking

Ook op het gebied van duurzaamheid zet de trend naar normalisatie door. Duurzaamheid is een begrip dat moeilijk precies te definiëren is. Daardoor ontstond behoefte aan de specificatie van duurzaamheidsindicatoren. Wanneer is een gebouw duurzaam en hoe bepaal je dat? Daarvoor is binnen CEN een commissie opgericht, CEN/TC 350, waarin wordt voortgeborduurd op NEN 8006.

Volgens het World Business Council for Sustainable Development zijn gebouwen verantwoordelijk voor veertig procent van het wereldenergieverbruik. De percentuele bijdrage aan vaste afvalstromen is even hoog. Een geïntegreerde aanpak van ontwerp, constructie en beheerfase is volgens Daverveldt nodig om hier efficiënter mee om te gaan. “Het is dus zaak om bij het ontwerp al na te denken over hergebruik van materialen. Een ander hot topic is duurzame stedenbouw. Ook dit vraagt om een geïntegreerde aanpak van ruimtelijke ordening, infrastructuur en mobiliteitsvraagstukken. Al die factoren grijpen in elkaar, zodat ketensamenwerking ook daar veel belangrijker wordt. Normalisatie is het instrument om afstemming tussen alle betrokken partijen te bevorderen."

“Gelukkig worden er steeds meer hulpmiddelen ontwikkeld, zoals het Bouwwerk Informatie Model. BIM speelt een steeds belangrijkere rol in het bouwproces. Verbetering van de functionaliteit is te behalen door de relevante bouwnormen in de BIM-software te implementeren.”

 

Drie strategische speerpunten

Bij NEN is Daverveldt verantwoordelijk voor meer dan bouw alleen. NEN houdt zich ook bezig met normontwikkeling voor de sectoren Voeding & Zorg, Electro & ICT en Industrie. Daarnaast heeft NEN een uitgeverij waar klanten normen kunnen kopen via een webshop, of licenties kunnen aanschaffen. De businessunit Training & Advies helpt klanten bij de implementatie van normen. Daverveldt heeft drie strategische speerpunten gedefiniëerd om NEN’s succes te continueren:

“Ten eerste moet NEN zich veel meer op de markt en de klant richten en meer naar buiten treden”, vertelt hij. “Normalisatie is geen doel op zich, maar een strategisch instrument voor het bedrijfsleven om de business te verbeteren: meer innovatie, duurzamer, grotere efficiëntie, grotere afzetmarkten, meer winst. NEN zal zich meer moeten inspannen om helder te maken hoe normalisatie kan bijdragen aan de realisatie van de bedrijfsdoelstellingen. De sterke participatie van NEN in internationale normalisatieactiviteiten blijft evenzeer een speerpunt. De recente verkiezing van NEN tot de ISO Technical Management Board is in dit opzicht erg belangrijk en vergroot het competitieve voordeel van NEN.”

“Ten tweede moeten we onze eigen organisatie efficiënter en effectiever maken door onze eigen bedrijfsprocessen te verbeteren. Simplificatie en standaardisatie zijn daarbij het devies.” De afgelopen jaren heeft Daverveldt op dit vlak veel ervaring opgedaan bij zijn vorige werkgever Shell.

Tot slot noemt Daverveldt de NEN-medewerkers als speerpunt. “Normontwikkeling is mensenwerk bij uitstek. Grotere focus op klanten vraagt ook om ontwikkeling van nieuwe competenties en een accentverschuiving van NEN’s cultuur.”

Daverveldt is ervan overtuigd dat met deze drie speerpunten NEN goed is voorbereid op het honderdjarig bestaan in 2016. “De markt voor normen is gelukkig onbeperkt. Ze zijn weliswaar vaak onzichtbaar, maar tegelijkertijd onmisbaar in onze maatschappij.”