Bouwnormalisatie levert veel op

Bouwnormalisatie levert veel op

‘Normen dragen in belangrijke mate bij aan innovatie’

Normalisatie op basis van afspraken tussen alle belanghebbende partijen is inmiddels een breed geaccepteerd instrument. Normen scheppen duidelijkheid, verhogen de kwaliteit en verbeteren de handelsvoorwaarden. Bouwnormalisatie in het bijzonder draagt bij aan veiligheid, duurzaamheid en economische groei in de bouwsector.

Zoals bekend wordt naar verwachting op 1 januari 2012 het nieuwe Bouwbesluit van kracht. Hierin zal normalisatie opnieuw een prominente rol spelen. Op 30 juni heeft minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in een brief aan de Tweede Kamer de kabinetsreactie op kenbaarheid van normen en normalisatie verwoord. In deze brief wordt opnieuw het belang van normalisatie als belangrijk instrument voor zelfregulering onderschreven. “De kabinetsreactie sluit aan bij het rapport van de commissie-Dekker uit 2008, dat als kern ‘een terugtrekkende overheid’ had”, zegt Dirk Breedveld, Business unit manager NEN Bouw. “De reactie sluit ook aan bij de Europese ontwikkelingen, met name waar het de zogeheten ‘new approach’ betreft. Deze benadering gaat uit van minimale wettelijke vereisten en laat de uitvoering daarvan via onder andere normalisatie aan de marktpartijen over. Dit vindt wel plaats op basis van gelijkwaardigheid. Dat betekent dat iedere marktpartij met eigen oplossingen kan komen, mits deze ook voldoen aan de minimale wettelijke vereisten. Dat het toepassen van normen dus niet verplicht is, staat ook met zoveel woorden in de brief van minister Verhagen. Tevens moet de toegankelijkheid van normen door zogeheten zwakke partijen zoals mkb-ondernemingen en eindgebruikers gegarandeerd zijn. Om het draagvlak van normen nog breder te maken, kunnen ook zij via normaliseringscommissies bijdragen aan het maken van de norm.”

Consensus

In de aanloop naar het concept-Bouwbesluit heeft NEN Bouw zich tijdens de discussies daarover zo veel mogelijk neutraal opgesteld. Breedveld: “Wij geven geen oordeel over de kwaliteit van wet- en regelgeving: de wetgever bepaalt wat de minimale eisen zijn en wij faciliteren normcommissies bij het maken van normen als bepalingsmethode om aan deze eisen te voldoen. Dat is een proces waarbij vele partijen intensief betrokken zijn, zodat aan het eind consensus wordt bereikt over de beste norm. Er is dus een duidelijke scheiding tussen de wetgever en het bepalen van de beste norm. Een goed voorbeeld van dit proces is de energieprestatienorm die dit jaar in werking is getreden. De wetgever schrijft voor dat gebouwen voortaan moeten voldoen aan een EPC-prestatie-eis van 0,6. Onze normcommissie heeft daartoe de bepalingsmethode vastgesteld en deze wordt nu breed gehanteerd door de bouwsector. De manier waarop deze bepalingsmethode tot stand is gekomen heeft er mede toe geleid dat NEN Bouw recentelijk een groot Europees mandaat heeft verworven op het gebied van Europese implementatie middels normen van de EPBD (Energy Performance of Buildings Directive). Binnen dit mandaat vervullen wij de voortrekkersrol. NEN Bouw speelt binnen Europa sowieso een steeds belangrijkere rol. Zo hebben we een groot aandeel gehad in de totstandkoming en invoering van de Eurocodes. Deze codes bepalen of constructies voor onder andere bruggen, viaducten en gebouwen voldoen aan constructieve veiligheid. De Eurocodes zijn dit jaar in werking getreden, met dien verstande dat de bestaande TGB-normen niet meer worden aangepast. Voor Nederland betekent dit dat met ingang van 1 januari 2012, wanneer naar verwachting het nieuwe Bouwbesluit van kracht wordt, er voor de genoemde constructies uitsluitend nog zal worden verwezen naar de Eurocodes.”

‘Normen dragen in belangrijke mate bij aan innovatie’

Economisch voordeel

“Ook op mondiaal niveau is NEN een toonaangevend instituut”, vervolgt Breedveld. “Bij ontwikkelingen op het gebied van industrie, technologie, demografie en duurzaamheid wordt normalisatie wereldwijd steeds meer ingezet. NEN behoort wereldwijd tot de top vijf van normalisatie-instituten en speelt ook hierin dus een voortrekkersrol. Normalisatie heeft daarnaast in de loop der jaren een belangrijke verandering doorgemaakt en dat proces is nog steeds gaande. Van oudsher lag het accent op productnormalisatie, waarbij vooral de toenemende invloed van wet- en regelgeving de rol van normalisatie in de samenleving versterkte. Onder invloed van de globalisering zullen normen internationaal echter steeds meer gaan bijdragen aan de vorming van een ‘nieuwe wereldorde’. Aspecten als veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, economie en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn immers universele thema’s, die met behulp van internationaal erkende normafspraken concreet kunnen bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het leven. Met de internationaal erkende NEN-ISO 26000-norm bijvoorbeeld, die mede door NEN is ontwikkeld, heeft het Nederlandse bedrijfsleven een toolbox met richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in handen. Daardoor hoeft dat gecompliceerde proces niet meer door iedere onderneming apart te worden uitgevonden. Normalisatie draagt tevens bij aan innovatie, in tegenstelling tot het soms nog gehoorde vooroordeel dat normalisatie juist belemmerend zou werken. NEN bekleedt via prof. Knut Blind en dr. Henk de Vries niet voor niets een leerstoel aan de Erasmus Universiteit. Door deze gerenommeerde experts wordt met name de relatie tussen innovatie en standaardisatie gedoceerd. Normalisatie evolueert steeds meer van productgerelateerd naar procesgerelateerd en zal daardoor nog meer voordelen gaan opleveren dan tot nu toe. Uit onderzoek is inmiddels gebleken dat de economische voordelen van normalisatie circa 1% van het bruto nationaal product bedragen. Wanneer je deze economische voordelen doorvertaalt naar de bouwsector, kun je alleen maar concluderen dat bouwnormalisatie bijdraagt aan het herstel van dit belangrijke segment van de Nederlandse economie.”