‘Met zorgsparen is de te verwachten verdubbeling van de AWBZ-premie waarschijnlijk niet nodig’

‘Met zorgsparen is de te verwachten verdubbeling van de AWBZ-premie waarschijnlijk niet nodig’

‘Zorgsparen voor een betaalbare toekomst’
Volgens de laatste prognoses is de gemiddelde levensverwachting gestegen. ‘Slecht nieuws voor pensioenfondsen en de zorgsector’ kopten sommige kranten naar aanleiding van dat bericht. “Onzin”, zegt Martin van Rijn, CEO van pensioenuitvoeringsorganisatie en coöperatie PGGM. “Het biedt juist kansen.”

“We zouden blij moeten zijn met het feit dat we dankzij de medische vooruitgang, verbeterde hygiëne en minder roken langer zullen leven”, stelt Van Rijn. “We leggen misschien wel te veel nadruk op de negatieve gevolgen van de vergrijzing, terwijl we er ook van kunnen profiteren. Langer doorwerken om zo een financieel onbezorgde toekomst mogelijk te maken is al geen taboe meer, zij het dat we dan wel verder moeten kijken dan alleen het pensioen. Een financieel onbezorgde oude dag bestaat uit meer dan het romantische idee van verre reizen maken en leuke dingen doen. In de praktijk zal het ook neerkomen op het kunnen opbrengen van de woonlasten en het kunnen betalen van de zorgkosten. Het is verstandig om daar al vroeg in je arbeidzame leven over na te denken en waar mogelijk op te anticiperen. PGGM is in dat kader voorstander van een vorm van zorgsparen, waarbij gespaard wordt voor een inkomen dat voor die onbezorgde oude dag ook de aspecten zorg en wonen veiligstelt.”

Mengvorm

Wat is zorgsparen? Van Rijn: “Zorgsparen is in hoge mate vergelijkbaar met het opbouwen van een pensioen. Je legt een deel van je inkomen opzij om met het opgebouwde kapitaal op latere leeftijd te kunnen voorzien in de eventuele zorgbehoefte. Het is in principe in vier varianten mogelijk: individueel of collectief en vrijwillig of verplicht, plus de twee combinatiemogelijkheden daarvan. Vanuit onze discipline als uitvoerder van pensioenen, waarbinnen zowel de solidariteitsgedachte als het principe van gedekt kapitaal belangrijke pijlers zijn, ligt het voor de hand dat we een voorkeur hebben voor de collectieve en verplichte variant. We zijn ons er echter van bewust dat deze variant maatschappelijk sommigen aanspreekt en anderen juist weer niet. Als het ervan komt, zal zorgsparen dus wel in een mengvorm tot stand komen, waarbij degenen die zich aangetrokken voelen tot de solidariteitsgedachte vrijwillig kunnen deelnemen aan een collectief. Feit blijft dat een verplichte regeling qua resultaat beter scoort.”

Waarom houdt een pensioenuitvoeringsorganisatie zich met deze problematiek bezig? Van Rijn: “Er is al een tijd sprake van een parallelle ontwikkeling in de domeinen pensioen en zorg. Die ontwikkeling komt voort uit de fors gestegen levensverwachting in de afgelopen decennia. Omdat de AOW, de pensioenen en de zorgkosten onbetaalbaar dreigen te worden, wordt de vergrijzing als een maatschappelijk probleem gezien. Voor de AOW en het pensioen is al een politieke consensus bereikt: langer doorwerken, zodat langer gespaard kan worden voor een zorgeloze financiële toekomst. Datzelfde sparen is echter ook toepasbaar in het zorgdomein. Zeker wanneer daar op jonge leeftijd mee wordt begonnen, net zoals men gewend is om al vroeg met pensioenopbouw te beginnen, is bijvoorbeeld de op termijn te verwachten verdubbeling van de AWBZ-premie waarschijnlijk niet nodig.”

Zorgsparen voor een betaalbare toekomst

Denkcapaciteit

Welke rol speelt PGGM in het debat over zorgsparen? Van Rijn: “Waar het ons om gaat, is dat men zich ervan bewust is dat de zorgkosten straks uit het inkomen betaald moeten worden en dat men daar maar beter nu al voorzieningen voor kan treffen. Of die voorzieningen worden getroffen in de vorm van verplicht zorgsparen of in de vorm van het stimuleren van individuele voorzieningen of een combinatie daarvan, is nu nog niet zo relevant. De economische vooruitzichten zijn op dit moment niet florissant, waardoor we er nu misschien liever niet mee bezig willen zijn. Maar we kunnen deze tijd ook aangrijpen om hervormingen in het stelsel door te voeren. Gezien het feit dat de ontwikkelingen in pensioenland en die in zorgland parallel aan elkaar lopen, ligt het voor de hand dat daarbinnen naar een vorm van samenwerking wordt gezocht. We zien echter dat elk domein moeite heeft om de gevolgen van de demografische ontwikkelingen voor zichzelf in kaart te brengen. In dat licht gezien is het niet zo verwonderlijk dat er niet zo veel ruimte is om over de domeinen heen te kijken en een gezamenlijke strategie te ontwikkelen. Toch zou het verstandig zijn om juist in deze tijd de voorspelbare ontwikkelingen systematisch aan te pakken en gebruik te maken van de voordelen van bestaande mechanismen. Wij merken dat over dit vraagstuk door specialisten in de verschillende disciplines al uitgebreid wordt nagedacht. Het zou goed zijn om die denkcapaciteit op een of andere manier te structureren. PGGM brengt hiervoor diverse partijen bijeen. Daarbij kunnen nuchtere rekensommen een verhelderend beeld geven. Onze actuarissen kunnen uitrekenen welke gevolgen de genoemde varianten in relatie met verschillende demografische scenario’s hebben. Overigens ligt er over deze materie ook een adviesaanvraag bij de SER. In eerste instantie was die bedoeld om advies te krijgen over de ontwikkelingen in de zorg, maar inmiddels is de SER verzocht om daarin ook de andere domeinen te betrekken. Gezien het feit dat het SER-advies destijds bij de hervorming van het zorgstelsel ook een belangrijke rol heeft gespeeld, verwacht ik dat iets dergelijks bij de vorming van het volgende kabinet opnieuw zou kunnen plaatsvinden.”