Schoonmaak is belangrijker dan ooit: facilitair management mag zichtbaar zijn

Diane van Dijk-LooisCSU 20 september 2021

De coronapandemie heeft de manier waarop mensen naar facilities kijken voorgoed veranderd. Facilitair managers zagen de klantvraag, en daarmee hun vak, in een oogwenk veranderen en dat bracht één groot voordeel met zich mee. Facilitair management is méér dan ooit een gespreksonderwerp in de boardrooms. Het vak maakt mede daardoor een (digitale) revolutie door.

Innovaties vinden het snelst plaats als de markt of de situatie die oplegt. Vóór corona namen we een schone werkplek haast voor lief, terwijl de nadruk op hygiëne is toegenomen door de maatregelen tegen verspreiding van het virus. Schoonmaak veranderde voor alle mensen het afgelopen jaar van een nice to have in een must have, omdat mensen zich veilig willen voelen. Of dat nu op kantoor, op een doorstroomlocatie of zelfs op vakantie is: de omgeving moet schoon zijn. Zonder concessies. Uit CSU’s benchmarkonderzoek blijkt ook dat 62% van de respondenten zegt dat veiligheid en gezondheid één van de belangrijkste thema’s in de boardroom van hun organisatie is. Opvallend is dat dit vorig jaar geen essentieel thema was.

Mensen gaan ruimtes anders gebruiken, en daardoor verandert de klantvraag voor facilitair managers. Zij moeten voortaan het gebruik van gebouwen in kaart brengen en facilities (schoonmaak, maar ook catering en beveiliging bijvoorbeeld) daarop aanpassen. Hoe weet een cateraar in een kantoorcomplex hoeveel broodjes hij moet klaarmaken? Hoe weet een schoonmaakteam welke plekken extra schoongemaakt moeten worden?

Data uit gebouwen halen

Om antwoord te geven op zulke vragen hebben managers data uit gebouwen nodig. De digitale revolutie in facilitair is dat facilitair managers, maar ook IT, HR en gebouwbeheer, meer dan ooit willen weten wie aanwezig zijn in gebouwen en welke routes zij lopen. Niet alleen wie, maar ook ‘hoe’ is essentieel: welke ruimtes gebruiken zij, en hoe intensief? Daar zijn data en dus sensoren voor nodig, en we zitten nu in een periode waarin we goed kunnen testen hoe we die het best kunnen verzamelen en gebruiken. De huidige Fieldlab Evenementen, maar ook kantoren en locaties die weer deels opengaan vormen daar de ideale generale repetitie voor. In het benchmarkonderzoek zegt 63% van de organisaties ‘een gezond gebouw’

als belangrijkste doel van 2021 te hebben. Dat doel is alleen meetbaar en haalbaar als gebouwen cijfers genereren over het beheer.

Dit is de tijd waarin HR, ICT, gebouwbeheer en facilitair management de koppen bij elkaar moeten steken en samen een plan moeten maken voor ná de zomerperiode, als we hopelijk weer vaker werken en recreëren op locaties buitenshuis. Organisaties die dan nog een plan moeten uitrollen over hoe zij data verzamelen en die in gaan zetten zijn misschien straks te laat. We hebben deze situatie nog nooit meegemaakt en ook de nieuwe situatie na de zomer is uniek. Dit zijn de maanden om je zo goed mogelijk voor te bereiden.

Uit de schaduw: facilitair mag zichtbaar zijn

Facilitair, bijvoorbeeld schoonmaak, werkte voor de coronapandemie vaak onzichtbaar. Directies dachten dat het soms niet klantvriendelijk was als schoonmaakmedewerkers hun werk tijdens kantoortijden of events deden. De grotere wens naar zichtbare, gegarandeerde hygiëne verandert dat echter. Schoonmaakmedewerkers van kantoorpanden werkten vroeger meestal vóór de opening van het kantoor om alle vergaderzalen schoon te maken, en kwamen de dag erna terug. Tegenwoordig is het heel normaal en zelfs een must als je ook tussen vergaderingen schoonmaakt: de gebruikers willen zich veilig voelen. Dan vinden zij het echt niet vervelend een stofzuiger te horen, of twee minuten te moeten wachten, voordat ze een schone en geventileerde vergaderruimte binnenstappen.

Tijdens de speeches op de Dam, tijdens Nationale Dodenherdenking, werd denk ik perfect zichtbaar wat voor nieuwe rol schoonmaak voortaan in ons leven speelt. Hygiëne, maar ook veiligheid en service, moeten gegarandeerd zijn. Daarom zag je dat de katheder na elke speech goed werd schoongemaakt. Iedereen sprak van achter een schone desk, met een gedesinfecteerde microfoon. Die minuut die dat koste was haast vanzelfsprekend, en nam als het aan mij lag alle twijfel weg die directies kunnen hebben bij de zichtbaarheid van schoonmaak. Schoonmaak is geen ongewenst intermezzo, geen hinderlijke onderbreking. Het is een geruststellende service van werkgevers die helpt in een snelle terugkeer naar een comfortabel, veilig ‘normaal’.

Over de auteur

Diane van Dijk-Loois is directeur Commercie & Hospitality bij CSU. In haar functie is ze onder meer verantwoordelijk voor het uitbreiden van de aanpak voor ‘gastvrije schoonmaak’. Voor bestaande en nieuwe opdrachtgevers ontwikkelt ze concrete hospitalityconcepten. De menselijke beleving van bezoekers, gasten en medewerkers staat bij haar centraal.