‘De lijnen zijn bij ons kort’

In 2020 riep de ANWB Oisterwijk uit tot een van de vijf mooiste dorpen van Nederland. De gemeente is niet alleen in trek bij verblijfsrecreanten, maar scoort ook hoog als suburbane vestigingslocatie voor bedrijven. Hoe weet Oisterwijk beide functies zo effectief te combineren?

Op die vraag steekt Charlotte Vredebregt enthousiast van wal. “Oisterwijk is een fantastisch dorp in een prachtige omgeving”, vertelt ze. “Het groene lint in het monumentale centrum heeft allure, met veel bijzondere winkels, goede horeca en mooie terrassen. Daaromheen hebben we uitgestrekt groen. Dat maakt Oisterwijk erg aantrekkelijk voor bezoekers.”

Recreatie

Samen met haar partner is Vredebregt eigenaar van recreatiepark KampinaStaete, vanouds een camping met vaste standplaatsen. “Met het oog op de vergrijzing hebben we een onderscheidend concept ontwikkeld om het park toekomstbestendig te maken”, vertelt ze. “We verwachten dat mensen meer oog krijgen voor gezondheid, omgeving en elkaar. Daar spelen we op in met het aanbod van rust en luxe in een compleet nieuw vakantiepark waar twintig huisjes rond een mooi aangelegd park staan. Met behulp van crowdfunding hebben we 1,2 miljoen euro opgehaald om dat te realiseren. Inmiddels draaien we alweer anderhalf jaar uitstekend, mede dankzij COVID-19. Ook komen er steeds meer gasten uit België en Duitsland af op wat Brabant allemaal te bieden heeft. We hebben onlangs uitgebreid met een vergaderlocatie en faciliteren coachingsgesprekken in combinatie met overnachtingen in onze huisjes. Die coach komt trouwens zelf uit Oisterwijk, net als ons schoonmaakbedrijf en onze hovenier. We maken bewust gebruik van het netwerk dicht om ons heen. We hebben plannen om het concept uit te rollen naar andere delen van het land. Elders een soortgelijke locatie vinden met dezelfde allure wordt echter de grote uitdaging.”

Uitbreiden

Tobroco-Giant is de afgelopen 25 jaar gestaag gegroeid, vertelt oprichter en directeur Toine Brock, geboren en getogen in het nabije Haaren. Daar zette hij het bedrijf op in de varkensstal van zijn ouderlijke boerderij. “We hadden in 2005 de keus uit een terrein in Boxtel en een terrein in Oisterwijk”, vertelt hij. “Wat de doorslag gaf, was dat we hier een groter terrein konden kopen. Hier en op een productielocatie in Hongarije ontwikkelen en produceren we machines voor landbouw, wegenbouw en terreinonderhoud. Die exporteren we naar ruim zestig landen en we hebben een eigen verkooporganisatie in de VS. We hebben nu 400 werknemers. Daar moeten nog 150 mensen bij.”

Brock vervolgt: “Omdat we jaarlijks met dubbele cijfers groeien, zijn we zowel in Oisterwijk als in Hongarije aan het uitbreiden.Gelukkig zijn daar voorlopig nog genoeg mogelijkheden toe.

De afgelopen zes jaar hebben we al pakweg vijftien bedrijven uit de buurt overgenomen. De gebouwen waren veelal in zo’n slechte staat, dat we hebben gesloopt en nieuw hebben gebouwd. Er werkt een Oisterwijks ingenieursbedrijf voor ons dat goed de weg weet in de gemeente. Bovendien hebben we gemerkt dat men bij de gemeente zelf ook out of the box kan denken.”

Ondernemers helpen

Burgemeester Hans Janssen leunt ontspannen achterover. “Ik denk dat de combinatie van beide verhalen de kracht van Oisterwijk goed weergeeft”, vertelt hij. “Een mooi centrum, prachtige natuurgebieden en volop bedrijvigheid. Het helpt dat we voor onze verschillende doelgroepen goed bereikbaar zijn. Er is een treinstation en we liggen centraal tussen de grote steden aan de A58 en de A65. Dat is geluk hebben, maar de vraag is vervolgens hoe je met dat geluk omgaat. We hebben een centrummanager, een citymarketeer en een buitengebiedmanager voor alle recreatiebedrijven. De Brabantse Ontwikkelings Maatschappij werkt nauw samen met innovatieve bedrijven. Voor vernieuwende plannen in de vrijetijdssector is er het Leisure Ontwikkel Fonds.”

‘Met onze faciliteiten en instelling kunnen we onze kracht omzetten in kansen’

Beide ondernemers maken wat Janssen betreft ook duidelijk hoe ondernemers in Brabant samenwerken. “De lijnen zijn bij ons kort”, weet hij. “Het begint ermee dat je allemaal inwoner bent van een gemeente en daar iets mee hebt. Net zo heb je elkaar in de regio hard nodig. Je moet elkaar weten te vinden en elkaar binnen redelijke grenzen iets gunnen. Al moet je, ook als gemeente, wel zakelijk blijven. Met onze faciliteiten en zo’n instelling kunnen we de kracht die we van nature hebben effectief omzetten in kansen.”

Natuurlijke grens

Concurreren die bedrijvigheid en het natuurschoon niet met elkaar? “Door de kwaliteiten van de natuur word je uiteraard begrensd in het uitbreidingsvermogen van je bedrijventerrein”, geeft Janssen toe, “en daarmee in de omvang van de bedrijven op dat terrein. Sommige bedrijven moeten we naar de regio verwijzen.” Brock ziet zelf de positieve kant van de landelijkheid in Oisterwijk: “We kunnen tegenover gasten uit het buitenland goede sier maken met het mooie dorp en de goede restaurants. Zo worden we positief herinnerd.”