De Kamer van Koophandel (KVK) drijft op de kwaliteit van zijn werknemers. Om het bedrijfsleven met raad en daad terzijde te staan als het gaat om ondernemersvraagstukken, maar ook om complexe IT-vraagstukken op te lossen. Passie en trots zijn de drijfveren, stelt RvB-voorzitter Greet Prins.
Een gedreven werksfeer, kansen die je zelf creëert en meer dan uitstekende arbeidsomstandigheden. Tel hier de dynamische sector van de internationale beurshandel bij op en je krijgt een erg aantrekkelijke werkgever voor ambitieus, internationaal talent. Welkom bij Flow Traders!
De consultingmarkt heeft er een ‘nieuwe’ ambitieuze speler bij sinds februari. Het samengaan van het middelgrote BOLD met het wereldwijd opererende FTI Consulting levert een unieke combinatie op. “Een prachtige springplank om een sterke marktpositie in Nederland en Europa op te bouwen.”
Wie aan een strategisch adviesbureau denkt, denkt niet snel aan vegetarische hamburgers, games, media, een gezondheidscheck en een tweesterrenrestaurant. Toch zijn dit activiteiten van &samhoud in Utrecht. “Het is juist dit ondernemerschap waarmee we ons onderscheiden”, vertelt managing partner Leonie Arkesteijn.
Het internationale strategische adviesbureau Simon-Kucher & Partners is wereldwijd marktleider op pricing, marketing- en salesvraagstukken. Dankzij focus en hoge mate van specialisatie heeft Simon-Kucher in de MT1000 de toppositie bereikt in de strategie-adviessector.
Wie op een online omgeving inlogt, wil dit doen in de wetenschap dat dit veilig gebeurt, maar zonder te ingewikkelde procedures. De eigenaar van deze omgeving wil dit natuurlijk graag faciliteren, maar wel op een beheersbare manier.
Wat hebben ICT, marketing, bier en ondernemen met elkaar te maken? Meer dan je op het eerste gezicht denkt. Voor TRIMM in Enschede zijn dit slechts enkele ingrediënten van een succesformule, waarbij ‘digital craftsmanship’ vooropstaat.
Werken als ICT’er bij een overheidsorganisatie als DUO kan bijzonder interessant zijn. Je krijgt te maken met een breed scala aan hoogwaardige ICT-projecten en je kunt eventueel ook bij andere overheidsorganisaties aan de slag om het werkveld nog verder te verbreden.
Registratie van eigendomsrecht is de basis van een gezonde economie. Met dit gegeven als uitgangspunt heeft het Kadaster zich in Nederland, maar ook in het buitenland ontwikkeld tot een organisatie die zich sterk bezighoudt met maatschappelijke vraagstukken.
“We zijn boven alles gek van fietsen. Als we in een belangrijke vergadering zitten, bijvoorbeeld over de jaarcijfers, dan moeten we er echt voor waken dat we niet over fietsen gaan praten. Want voordat je het weet, hebben we het weer over fietsen, tandwielen en accessoires.”
Eén ding is duidelijk: bij Accell Group draait alles om fietsen. Deze wereldwijde reus in fietsen – in Nederland onder meer bekend van de merken Batavus, Sparta en KOGA – heeft een uitstekend jaar achter de rug en ziet dit jaar met vertrouwen tegemoet. René Takens, Chief Executive Officer, van wie het citaat aan het begin van dit stuk afkomstig is, verwoordt het zo: “We gaan een goede en mooie toekomst tegemoet.” De reden dat hij met zoveel optimisme vooruitkijkt, is dat zijn concern continu innoveert en tijdig inspeelt op de veranderende rol van de consument.
“Voor dit laatste hebben we een mooie Engelse term: ‘consumer centric’. Het is de consument die bepaalt wanneer, waar en wat hij koopt. De consument laat zich niet dwingen om tussen negen uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds te kopen. Hij wil dit op andere momenten doen, hij wil toegang tot informatie hebben en hij wil kunnen chatten met iemand die er meer van weet. Dit proces is een van de belangrijkste bouwstenen voor de toekomst van ons product.” De rol van de winkels verandert volgens Takens daardoor dus ook. “De consument oriënteert zich in ieder geval online en niet meer uitsluitend in de winkel. Of er ook daadwerkelijk online wordt gekocht, is nog maar de vraag. Consumenten willen nog altijd graag eerst een proefrit maken en bij aflevering van een nieuwe fiets graag informatie krijgen over hoe alles werkt. Fietsen moeten onderhouden worden. Dingen kunnen kapotgaan en dit moet ook gerepareerd worden. Ik denk dan ook niet dat we een wereld zonder fietsdealers tegemoet gaan.” Aan de andere kant steekt hij ook niet onder stoelen of banken dat de markt verandert. “We schrijven overal dat we ons product omnichannel beschikbaar willen hebben. Maar wel in samenwerking met onze dealers.”
‘We gaan omnichannel, maar wel in samenwerking met onze dealers’
Een mooi voorbeeld hiervan is het Experience Center De Fietser in Ede. In de Westhal op het voormalige terrein van de ENKA (Nederlandsche Kunstzijdefabriek) heeft Accell Group een omvangrijk belevingscentrum neergezet. Takens: “Dit is geen showroom, maar een plek waar de consument ervaringen met onze fietsen kan opdoen. We hebben hier een grote testbaan, alle merken hebben hun eigen ‘fietswereld’, er worden workshops georganiseerd, er is een museum en nog veel meer. Het Center ligt aan de Ginkelse Hei en je kunt er vanaf de lente ook fietsen huren.
Het doel is natuurlijk om direct in contact te zijn met de consument. We kunnen de consument helpen bij het maken van een aankoopkeuze of we kunnen hem informatie geven over de fiets die hij volgend jaar wil kopen. Natuurlijk kunnen hier ook fietsen worden gekocht. Maar de levering vindt plaats via de lokale winkeliers. Die kunnen de fiets rijklaar maken en de consument instructie geven. Dit is een belangrijk speerpunt in onze strategie richting de consument.”
Accell Group ontwikkelt deze activiteiten om zijn opgebouwde positie te verstevigen en verder uit te bouwen. “We hebben een goed product en het fietsen is populair. Het is gezond, het is leuk en we bieden een breed assortiment, van sportieve fietsen en e-bikes tot traditionele fietsen”, aldus Takens.
“Accell Group is in Europa absoluut nummer één als het gaat om elektrische fietsen. We hebben de elektrische fiets ruim vijftien jaar geleden in Nederland geïntroduceerd en nu is deze niet meer weg te denken. Daarna zijn we hiermee de Duitse en andere markten op gegaan.
Een paar jaar geleden hebben we e-performancefietsen geïntroduceerd. Dit zijn voornamelijk mountainbikes die voorzien zijn van elektromotoren. Dit klinkt voor velen als raar, soms zelfs als valsspelen, maar je kunt het ook anders bekijken: een geoefende rijder krijgt hierdoor zoveel meer kracht dan zijn eigen spierkracht dat hij veel meer kan doen. Het is een prachtig product waar veel vraag naar is. We zijn er absoluut marktleider in.”
Innoveren
Dankzij deze producten heeft Accell Group het afgelopen jaar voor het eerst een omzet van meer dan een miljard euro bereikt. “Deze resultaten kunnen we alleen bereiken door constant te innoveren”, stelt Takens. “Je moet blijvend innoveren, iets nieuws hebben. Mensen kijken op de website en bezoeken de winkel op zoek naar wat nieuw is. Dus innovatie is belangrijk. Maar ook het feit dat we in ieder land waar we vertegenwoordigd zijn sterke merken hebben. We zijn helemaal klaar voor een mooie toekomst!”
‘Ons maatschappelijke werkterrein is breed en divers’Het Kadaster heeft zich de afgelopen 185 jaar ontwikkeld van een registratiekantoor tot een platform voor geografische informatie en een instituut dat data en kennis inzet voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Napoleon had eens moeten weten …
Deze Franse veldheer stond immers aan de basis van het Kadaster. Napoleon had destijds een minder altruïstisch doel: hij wilde belastingen innen en dit kon alleen als de eigendomsgegevens bekend waren. Inmiddels heeft het Kadaster een onmisbare positie in de samenleving verworven, met sterke internationale banden, waarover verderop meer.
Bestuursvoorzitter Dorine Burmanje: “We zijn niet meer puur en alleen een registratiekantoor of een leverancier van data. Het Kadaster kijkt naar wat er speelt in de wereld en we kijken dan hoe we met onze kennis en data kunnen bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.” Ze noemt enkele voorbeelden van actuele vraagstukken: “We kunnen gegevens leveren over leegstaande panden, bijvoorbeeld voor de opvang van vluchtelingen. Bij de aardgasproblematiek in Groningen onderzoeken we de locatie, welke huizen beschadigd zijn en wat de waarde van die huizen was. En voor de zorg brengen we in kaart waar zich voorzieningen bevinden voor mensen die verzorgd moeten worden. Met onze data kan worden vastgesteld wat de demografie van een gebied is, hoe de eigendommen verdeeld zijn, waar zich al voorzieningen bevinden en waar je voor nieuwe plaats kunt maken.”
Het maatschappelijke werkterrein van het Kadaster is heel breed en divers. Zo maken ook steden gebruik van data van het Kadaster als het gaat om stedelijke herverkaveling. Burmanje: “Het is om economische en sociale redenen ongewenst dat er in steden lege plekken vallen. Wij kunnen steden helpen om dit in kaart te brengen, waarna gezocht kan worden naar oplossingen, bijvoorbeeld door gebieden via ruil met elkaar in verband te brengen.”
Ze vervolgt: “Wij zeggen altijd Everything happens somewhere ofwel: alles gebeurt ergens. En de locatiegebonden informatie die je daarbij nodig hebt, leveren wij.”
‘Everything happens somewhere’
Deze evolutie heeft zich ook in internationaal verband voorgedaan. Zo hebben kadasters en topografische diensten uit tal van landen zich in de Verenigde Naties verenigd. Een van de zaken waarin de kadasters actief zijn, is het leveren van gegevens voor het bereiken van de Sustainable Development Goals. Dit zijn zeventien duurzame doelen die de Verenigde Naties hebben vastgesteld. “Ook die vertalen wij naar de werkzaamheden van het Kadaster”, aldus de bestuursvoorzitter. “We hebben gekeken welke doelen het meest aansluiten op onze werkzaamheden en daar halen we ook onze inspiratie vandaan om ons werk te ordenen, onder de aandacht te brengen en keuzes te maken in wat we wel en niet doen.”
De hierboven geschetste veranderingen hebben gevolgen gehad voor de organisatie. Hoewel het Kadaster al vanaf het begin van zijn bestaan mee ontwikkelde met de maatschappij, is circa acht jaar geleden een extra impuls gegeven om een grote ommezwaai te maken. Burmanje: “We zijn toen begonnen om de organisatie compacter te maken, meer kennisgericht te maken, kwalitatief op een hoger niveau te brengen en innovatie een nog prominentere plek te geven. De laatste vier, vijf jaar zijn we bezig om die maatschappelijke insteek meer vorm te geven. Zeker in het begin van deze operatie was de impact hevig. We gingen van achttien naar acht vestigingen, van drieduizend naar tweeduizend medewerkers. We gingen veel meer samenwerken met andere partijen. Ook op IT-gebied hebben we grote stappen gezet. Ons werk gaat immers over data; die moeten we inwinnen, ordenen en zodanig beschikbaar stellen, dat mensen het eenvoudig kunnen afnemen.”
Dit alles vergde nogal wat van de organisatie. En nu vraagt de verschuiving richting maatschappij ook weer het nodige. Maar, stelt Burmanje, de impuls die hierdoor wordt gegeven is wel bijzonder positief. “Mensen vinden het fijn om weer te merken waar het om gaat bij het Kadaster. Nu realiseert men zich opnieuw wat wij bijdragen aan de maatschappij. Als er geen Kadaster meer zou zijn, alleen al door de rechtszekerheid die het Kadaster biedt, dan zou de economie in elkaar storten.”
Ze besluit: “Die inspiratie halen we mede uit de Sustainable Development Goals. Mensen beseffen opnieuw: o ja, hier gaat het om, zo belangrijk is het Kadaster; het doet ertoe wat we doen.”
‘Als onze klanten succesvol zijn, dan worden wij dat ook’Branko Schuurman, vice-president marketing & programs van DHL Parcel Benelux: “Ons netwerk in Nederland bestaat uit 15 sorteercentra, 139 depots, 1500 Parcelshops en 65 Parcelstations. We zitten met onze depots heel dicht bij de gebieden waarin we willen afleveren; dat is uniek. Dit stelt ons in staat om efficiënt te werken en gemakkelijk en snel nieuwe services in de lokale markt in te voeren. Doordat we met onze depots zo dicht op onze bezorggebieden zitten, kunnen we ook goed elektrische voertuigen inzetten voor de bezorging. We hebben honderd elektrische auto’s, die door DHL in een eigen fabriek worden geproduceerd, en binnenkort starten we met cargofietsen, ook een eigen concept. Als groot logistiek bedrijf hebben we een verantwoordelijkheid naar de maatschappij, waarbij dergelijke vervoersopties vaak ook nog efficiënter zijn.”
‘Webshops die optimale keuzevrijheid bieden, groeien het hardst’
De Parcelshops waar pakjes gehaald en gebracht kunnen worden zijn vooral voor eigenaren van kleinere webshops een uitkomst. Schuurman: “Ze zijn vaak niet de hele dag met hun webshop bezig en willen niet wachten totdat DHL langskomt om de pakketten op te halen. Ze brengen liever op een tijdstip dat henzelf uitkomt de pakketten even langs bij een Parcelshop.”
Een Parcelstation is een reeks kluisjes waar de particulier pakketjes kan ophalen, maar ook terug kan brengen. De klant krijgt een code waarmee het kluisje wordt geopend, waarna hij of zij het pakketje eruit kan halen of, bij verzending, erin legt. “Dit is een perfecte oplossing voor mensen die niet thuis willen wachten op een bezorger”, zegt Schuurman. “Hier gaan we zeker in uitbreiden.”
Schuurman legt uit dat DHL hier zo druk mee bezig is omdat de consument zelf wil bepalen of een pakje ergens moet worden opgehaald of aan huis wordt bezorgd en op welk tijdstip dit dan gebeurt. “Er is geconstateerd dat webshops die meer bezorgmogelijkheden aanbieden harder groeien dan shops die dit niet doen. Dit kunnen webshops zijn met zo’n goed concept dat ze sowieso harder groeien, maar waarschijnlijk gaat dit hand in hand met het bieden van een optimale keuzevrijheid. Deze bedrijven hebben immers nagedacht over hoe ze zo succesvol mogelijk kunnen zijn en een onderdeel daarvan is dat afnemers optimale keuzevrijheid willen.”
Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat twee derde van de shoppers afhaakt in de check-out als er onduidelijkheid of ontevredenheid is over de bezorgmogelijkheden en dat 46% van de winkelwagens vol wordt achtergelaten omdat de levertijd niet duidelijk werd aangegeven. Ook blijkt dat 35% van de shoppers niet wil dat er thuis wordt bezorgd, maar op een alternatieve locatie. En 80% van de onlineretailers ziet een meetbare stijging van de klanttevredenheid bij de introductie van meerdere bezorgopties. Schuurman: “Daarom werken we aan de afronding van onze API Gateway, waarmee die keuzevrijheid voor klanten nog makkelijker te realiseren is. Dit is een soort universele stekker om online toegang te krijgen tot zaken als een labelgenerator voor al onze bestemmingen, een locator voor de Parcelshops, een bestelkalender waarin klanten bezorgmomenten twee weken vooruit kunnen plannen en kunnen kiezen voor leveringen in tijdvakken en avondleveringen. We zijn hier constant mee bezig”, zegt Schuurman, “want als wij onze klanten succesvol kunnen maken, dan zijn wij dat zelf ook.”
Schuurman wijst op een andere ontwikkeling waar DHL op inspeelt: internationalisatie. “Als onze klanten, de webshops, het goed doen, komt voor een aantal van hen het moment dat ze ook over de grenzen gaan kijken. Daarom hebben we het initiatief genomen om een Europees netwerk op te bouwen waarmee je snel en eenvoudig grensoverschrijdend kunt leveren, volgens een eenduidige servicestandaard. Inmiddels kun je op die manier gemakkelijk naar achttien Europese landen verzenden. Het gevolg is dat je even makkelijk een pakje van Hengelo naar Maastricht kunt sturen als naar een dorp in het Ruhrgebied of het binnenland van Spanje. Eind 2018, begin 2019 leveren we in de hele Europese Unie.”
Mede dankzij deze initiatieven groeit DHL jaarlijks. “We lieten vorig jaar dubbele groeicijfers zien en de verwachting is dat we dat dit jaar weer gaan doen. Maar dat kan alleen maar door heel actief te zijn en in te spelen op de verwachtingen van onze klanten en de shoppers.”