Auteur: Marco Mulders

‘We laten niets aan het toeval over’

Duurzaam ondernemen een hype? Niet voor ING Car Lease, dat duurzaamheid als een natuurlijk onderdeel van een efficiënte bedrijfsvoering beschouwt. Met een notering op de CO2-ladder, zijn onestopshoppingconcept en passie voor het leasen neemt het bedrijf een unieke positie in de markt in.

De kleur van de carrosserie mag dan oranje zijn; onder de motorkap van ING Car Lease ligt toch echt een groene motor. “Duurzaamheid zit in onze genen”, vertelt Managing Director John A. Spies. “Voor ons begint milieubewust ondernemen bij de interne bedrijfsvoering. We beschikken als enige grote leasemaatschappij over een notering op de CO2-ladder en het ISO 14001-certificaat, inclusief milieuparagraaf. Het is geen sinecure om deze kwalificaties te mogen voeren; je milieumanagement wordt heel kritisch doorgelicht. Klanten en prospects die in een aanbestedingstraject zitten waarin naast hun eigen duurzaamheid ook die van toeleveranciers onder de loep wordt genomen, zitten dus goed bij ons. Met onze aantoonbaar lage CO2-footprint vormen we geen enkele belemmering voor hun groei – een uniek gegeven in de leasebranche.”

 

Lage uitstoot

Groen ondernemen is natuurlijk goed voor mens en milieu, beaamt Spies. Toch windt hij er geen doekjes om: zuinig met energie omgaan levert geld op. “Duurzaamheid is een natuurlijk onderdeel van onze corebusiness: het zo efficiënt mogelijk inrichten van wagenpark- en autokosten. Aangezien het wagenparkbeheer meestal de op een na hoogste kostenpost van een onderneming vormt, loont het al snel om bijvoorbeeld minder hard het gaspedaal in te trappen, want dit scheelt aanmerkelijk in brandstofverbruik én botsingen.”

Om het nieuwe rijden kracht bij te zetten, sloot ING Car Lease vorig jaar Cleaner Car Contracts af met de Stichting Natuur en Milieu. Doelstelling: eind 2012 met de inzet van nieuwe auto’s gemiddeld nog maar 120 gram koolstofdioxide uitstoten. “Mede door het Nederlandse systeem van bijtelling worden we hierbij goed door de auto-industrie geholpen”, zegt Spies. “Ook veel van onze klanten committeren zich graag aan dit doel, zeker als wij uitrekenen welke besparing dit hen oplevert. Momenteel zitten we op een uitstoot van rond de 130 gram. Als we in dit tempo doorgaan, halen we de compensatie eerder dan gepland.”

Om het milieubewustzijn verder te vergroten zet ING Car Lease vier verschillende elektrische auto’s in. Spies: “We stallen deze, inclusief ondersteuning door onze vakmensen, een week bij klanten, zodat ze kunnen ervaren wat elektrisch rijden inhoudt. De reacties die we krijgen zijn heel positief. Elektrische auto’s maken geen geluid en zijn zeker bij gebruik in de stad relatief goedkoop. Een inzet op grotere schaal wordt vooral nog beperkt door de huidige actieradius van gemiddeld 150 kilometer. Binnenkort beschikken we ook over een model dat dankzij een zogenoemde range extender een bereik van 500 kilometer heeft. Maar als je me nu vraagt of elektrisch rijden de concurrentie met benzine of diesel aankan? Nee, daar blijft de actieradius te beperkt voor. Wat dat betreft verwacht ik persoonlijk over een jaar of vijf meer van waterstof.”

 

PRO

ING Car Lease introduceerde in 2010 het acroniem PRO om de pijlers van zijn merkonafhankelijke dienstverlening te benadrukken. “PRO vormt het DNA van onze onderneming en staat voor Passie, Relevantie en Ontzorging”, vertelt Spies. “We houden van ons vak en doen graag dat ene stapje extra om de klant een comfortabel gevoel te geven. Daarom zetten we alleen relevante oplossingen in, zoals de Vakantieauto, waarbij je elf maanden lang met een duurzame en fiscaal gunstige auto rijdt. Ga je echter op vakantie, dan ruil je deze wagen tegen een kleine vergoeding in voor een leaseauto waar je wél een caravan achter kunt hangen. Zo heb je het beste van twee werelden.”

Om berijders onbezorgd onderweg te houden, hanteert ING Car Lease het onestopshoppingconcept. Voor alles wat er aan een auto moet gebeuren, kunnen berijders op één adres terecht: de lokale dealer. “Die ontzorging is uniek in de leasemarkt”, aldus Spies. “Daar houdt onze toewijding niet bij op. Als een particulier bij ons Used Cars Centre een ex-leaseauto koopt, krijgt hij ook zes maanden garantie bij de officiële merkdealer in zijn eigen woonplaats. Hij hoeft dan dus niet terug naar een van onze vestigingen in Breda, Zwolle en sinds kort Amsterdam. Zelfs een particulier proberen we de negen-pluservaring te bezorgen.”

 

Het Nieuwe Werken

De leasemarkt is altijd in beweging. Zo is ING Car Lease dankzij zijn hoogwaardige automatisering al in staat om voor de verplichte IFRS-standaard zijn beursgenoteerde klanten de hiervoor benodigde gegevens elektronisch en overzichtelijk aan te leveren. Ook een ontwikkeling als Het Nieuwe Werken zal onvermijdelijk tot innovaties leiden. “We praten regelmatig met onze klanten over wat zij van ons in de toekomst verwachten”, zegt Spies. “Hierdoor zijn we in staat om onze strategie en service tijdig op veranderingen aan te laten sluiten. We laten niets aan het toeval over. Als mobiliteitsprovider willen we onze klanten steeds op de beste manier van a naar b brengen. Dus comfortabel, maar ook met voldoende flexibiliteit om de berijder maximale keuzevrijheid te geven. Dan kun je je ogen niet sluiten voor maatschappelijke ontwikkelingen.”

 

‘Onze ontzorging is uniek in de leasemarkt’

Zweedser dan ooit

Heeft Volvo Cars zijn ziel verkocht aan de Chinezen? Nee, integendeel. De autofabrikant keerde juist terug naar zijn Zweedse roots. Met een combinatie van authentieke degelijkheid en hoogwaardig design wil het premium merk nu ’s werelds grootste automarkt veroveren – als thuisspeler.

Volvo Cars heeft een hobbelige rit achter de rug. Het bedrijf stuurde met vaste hand door de financiële crisis toen voormalig eigenaar Ford besloot alle merken in zijn automotive portfolio te verkopen. Waarop Geely, een Chinees privaat consortium, het Zweedse merk vorig jaar inlijfde. “Cultuurshock of niet, dit is een ontzettend mooie kans voor Volvo”, benadrukt Ad van Batenburg, algemeen directeur van Volvo Cars Nederland. “China is het afgelopen jaar de grootste automarkt van de wereld geworden. Ons marktaandeel is hier nog klein, maar dankzij Geely kunnen we als thuisspeler in China een enorme groei realiseren.” Voorwaarde voor dat succes is echter dat Volvo Cars zijn veilige en betrouwbare karakter behoudt. Vindt ook Geely, benadrukt Van Batenburg. “We krijgen alle ruimte om auto’s te ontwikkelen en maken zoals wij denken dat het hoort”, benadrukt Van Batenburg. “Sterker nog, we zijn nu zelfs Zweedser dan onder Ford, dat soms zijn eigen belangen aan ons oplegde. Dit geldt ook op bestuurlijk niveau: Göteborg is meer dan ooit ons hoofdkantoor.”

 

Scandinavisch design

Vanaf de oprichting in 1927 staat bij Volvo de mens centraal. Niet voor niets hanteert het bedrijf de opvallende slogan ‘Er is meer in het leven dan een Volvo’. In een markt waarin emotie een belangrijke rol speelt, legt deze zorgzaamheid – hoe onderscheidend ook – het echter weleens af tegen opzichtigheid. “Daarom leggen we meer en meer de nadruk op hoogwaardig Scandinavisch design”, vertelt Van Batenburg. “Zo bereiken we ook de jongere generaties zonder onze authenticiteit te verloochenen.” Als voorbeeld noemt Van Batenburg de Volvo C30: “Hij oogt sportief, met een interieur dat ingetogenheid met stijl combineert. En kijk naar onze nieuwe S60. Waar we in het verleden onze hightech snufjes verborgen, laten we deze toepassingen nu graag prominent zien. Zoals het BLIS in de buitenspiegels waarmee dode hoeken tot het verleden behoren. Of het zichtbare Pedestrian Safety System dat ervoor zorgt dat de auto voor een overstekende voetganger remt als de bestuurder dit niet op tijd doet. Comfortabel, hightech én veilig, wat wil je nog meer van een auto?”

 

Geen bpm

Volvo heeft nergens anders in Europa zo’n hoog marktaandeel als in Nederland. “We zijn een echt Volvo-land”, zegt Van Batenburg. “Ons merk past goed bij de nuchtere, ingetogen Nederlander. In een Volvo kun je overal voor komen rijden. Toch liep ons marktaandeel een paar jaar geleden terug doordat de motoren net een paar gram te veel CO2 uitstootten. Met het huidige aanbod zitten we weer aan de goede kant van de streep, zodat we opnieuw meedoen in het lage-bijtellingtarief.” Desondanks staat Van Batenburg kritisch tegenover de wijze waarop de bpm bepaald wordt. “De Nederlandse markt is te klein voor een autofabrikant om zijn productie op af te stemmen”, vertelt hij. “Eén arbitraire gram koolstofdioxide maakt het verschil tussen wel of geen scherpe prijs: een kwestie van geluk dus. Daarnaast zet ik mijn vraagtekens bij het belasten van toepassingen die de verkeersveiligheid aantoonbaar bevorderen. Onze R&D steekt van oudsher veel energie in het verbeteren van veiligheid. In de jaren vijftig leidde dit tot de ontwikkeling van onze driepuntsveiligheidsgordel: deze uitvinding werd verplicht voor autofabrikanten, waardoor er nu standaard een stukje Volvo in iedere auto zit.

Ons streven is om binnen tien jaar een Volvo te ontwerpen waar geen gewonden of doden meer in vallen. Daar investeren we fors in, maar als de Nederlandse overheid deze hightech voorzieningen blijft belasten, word je als ondernemer eigenlijk gestraft voor innovaties die de verkeersveiligheid – een belangrijk speerpunt van diezelfde overheid – juist bevorderen.”

 

IJzersterk dealernetwerk

Na zijn aantreden als algemeen directeur begin 2009 kon Van Batenburg meteen vol aan de bak. De crisis, de nieuw verworven autonomie onder Geely en de daarmee gepaard gaande kleinschaligheid dwongen Volvo Cars om een flinke efficiencyslag te maken. “We hebben kritisch naar onze primaire processen gekeken”, blikt Van Batenburg terug. “De kosten zijn gedrukt en de organisatie is afgeslankt: niet door er rücksichtslos een kaasschaaf langs te halen, maar juist door naar de match tussen mens en organisatie te kijken. Zo hebben we veel talent behouden door het optimaler in te zetten. Het comfort mag er dan af zijn, we zijn wel weer scherp en vitaal.” Van Batenburg zag hetzelfde proces bij de Volvo-dealers plaatsvinden. “Bij alle andere merken gingen door de crisis dealers failliet, behalve bij ons”, illustreert hij de kracht van het uitgebreide dealernetwerk. “De samenwerking met onze dealers is heel zuiver en transparant. Wij maken de auto’s en zetten het merk neer, zij verkopen en leveren een goede service. De betrokkenheid van onze dealers is groot, naar ons én naar de berijder. Het zijn vaak familiebedrijven die op professionele wijze rendement met een sterk regionale binding combineren. Die lokale voetafdruk sluit naadloos aan bij onze Zweedse maatschappelijke betrokkenheid. De samenwerking verloopt perfect, ik denk dat veel partijen daar jaloers op zijn.”

Een flexibele leaseoplossing tegen een gunstige prijs

Veel managers beseffen niet dat ze twintig procent op hun wagenpark kunnen besparen. Dat er zelfs maatwerkoplossingen voor specifieke leasewensen zijn. Tempo Team ervaart dit al vier jaar en vertelt hoe het door de samenwerking met Hyundai-importeur Greenib Car met een concurrerend wagenpark rijdt.

Greenib Car biedt een serieus alternatief voor wagenparkbeheerders die hun auto’s vooral van de gevestigde Europese orde betrekken. “Aan de basis van onze propositie staat Hyundai, de op drie na grootste autofabrikant ter wereld”, vertelt algemeen directeur Hans Kwaad. “Hyundai biedt een breed scala aan modellen, die weinig CO2 uitstoten en van dusdanige kwaliteit zijn dat ze standaard met vijf jaar garantie geleverd worden. Vanuit Greenib Car voegen we hier extra waarde aan toe door ons eigen maatwerk. Omdat we als zelfstandig Hyundai-importeur niet afhankelijk zijn van derden, kunnen we altijd snel en gericht inspelen op de behoefte die bij een prospect of klant leeft. Uiteindelijk realiseren we zo een aantoonbare kostenbesparing die kan oplopen tot wel twintig procent.”

 

Partner in business

Dat Kwaad niet overdrijft, ervoer Erik de Jong. De directeur innovatie en ontwikkeling van Tempo Team, met driehonderd vestigingen de op een na grootste dienstverlener in de uitzendbranche, zocht vier jaar geleden een leasemaatschappij die bereid was om van de gebaande paden af te wijken. “Wij wilden auto’s leasen met de mogelijkheid om ze in seizoensdalen niet of tegen lagere kosten in te zetten”, licht hij toe. “Ook moesten deze auto’s met een traceringssysteem worden uitgerust. Wij waren tot dan toe veel geld kwijt met het vinden en terughalen van leaseauto’s. Daarnaast konden we bekeuringen niet altijd herleiden tot een individuele gebruiker. Het was voor ons dus een noodzaak om het gebruik van de auto zo streng mogelijk te kunnen controleren.”

Greenib Car ging volgens De Jong als enige mee in hun wensen. “Ze legden vrij snel na onze gesprekken een prima basistarief op tafel. Maar door hun klantgerichte oplossingen en het naleven van de gemaakte afspraken bleek het uiteindelijke kostenplaatje nog veel lager uit te vallen dan verwacht. Er kwamen nauwelijks onvoorziene kostenposten bij, tot tevredenheid van onze wagenparkbeheerders natuurlijk. Dankzij de klik die we met elkaar hebben, zijn we in staat geweest om binnen een paar jaar samen een vergevorderd programma rondom schadepreventie te ontwikkelen. De schadekosten zijn inmiddels teruggebracht tot op het niveau van een regulier bedrijf. Daar zijn we best trots op, want flexwerkers voelen zich in voorkomende gevallen soms minder verantwoordelijk voor de hen ter beschikking gestelde auto.”

 

Groen label

Hyundai’s stoten relatief weinig CO2 uit. Ze worden niet belast met bpm en kennen een laag bijtellingspercentage. “Net als iedere dienstverlener staan wij onder zware druk om onze kosten te beheersen”, zegt De Jong. “Bijtelling vormt een belangrijk beslissingscriterium bij de samenstelling van ons wagenpark. Omdat het in de uitzendbranche onmogelijk is om op persoonsniveau een sluitende kilometeradministratie in te leveren, moeten we voor de bijtelling met de fiscus een regeling treffen. Het rijden van een merk als Hyundai helpt je dan om de kosten laag te houden, zodat je concurrerend kunt blijven.”

De lage uitstoot past daarnaast bij de manier waarop Tempo Team maatschappelijk verantwoord wil ondernemen. “Een van de pijlers binnen ons mvo-beleid is de voetafdruk die we achterlaten”, vertelt De Jong. “Een aanzienlijk deel van onze voetafdruk komt van het wagenpark. We nemen hier geen auto’s meer in op die een D-label of nog slechter hebben. Hoe dichter we bij A uitkomen, hoe beter. De inzet van Hyundai’s helpt ons om dit streven te verwezenlijken.”

 

Auto met flair

Sinds Hyundai zijn auto’s in Europa is gaan ontwerpen, houdt de Zuid-Koreaanse fabrikant zich gemakkelijk staande tussen de Europese kwaliteitsmerken. “Hyundai’s zijn veilig, ruim en zeer betrouwbaar, zodat je zelden met panne langs de weg komt te staan”, vertelt Kwaad. “In de Hyundai i10, waar de flexibele arbeidskrachten van Tempo Team mee rijden, zijn standaard ook nog eens de nodige luxevoorzieningen ingebouwd. Zoals een airco, waardoor je fris bij de klant op de stoep staat, zelfs als je met het toegestane aantal van vijf mensen gereden hebt.”

Voor De Jong telt bovendien mee dat een auto de juiste uitstraling naar klanten moet hebben. Samen met Greenib Car doet Tempo Team veel moeite om de auto’s in goede staat te houden. “Behalve schadevrij betekent dit ook schoon; we laten de auto’s regelmatig wassen”, legt De Jong uit. “Greenib Car slaagt er bovendien in om tegen lage kosten onze flexibele arbeidskrachten steeds met een nieuwe of jonge Hyundai op pad te sturen. Dat is leuk voor onze mensen, maar het scheelt ook nogal of er bij een klant een rijtje afgeragde barrels of mooi glimmende, kekke auto’s staan. Hyundai sluit prima aan bij wat we in een auto zoeken. Inmiddels rijdt ook ons hogere kader in de i20- en i30-serie. En wie weet wat de splinternieuwe i40 daar nog aan toe gaat voegen. Dat zegt genoeg, lijkt me.”

Multidisciplinaire aanpak in ICT

Darwin had net zo goed over ondernemingen anno 2011 kunnen schrijven, toen hij stelde dat niet de sterkste, maar de meest adaptieve soort overleeft. Niet langer is productdenken de basis voor succes, maar overleven juist bedrijven die adequaat anticiperen op een snel veranderende wereld.

De multidisciplinaire aanpak van Imtech past perfect in de wereld waarin verschillende technologieën samensmelten. In de ‘nieuwe werkelijkheid’ staan supply chain management, time-to-market en maatschappelijk verantwoord ondernemen centraal. Het tempo van veranderingen vraagt om dynamiek van organisaties en daarmee van de ondersteunende ICT. Daarnaast wordt in de huidige markt niet altijd optimaal gebruikgemaakt van de vele mogelijkheden die beschikbare databronnen bieden. De gegevens stromen rijkelijk, maar veel organisaties slagen er nog onvoldoende in om hier grip op te krijgen. “Vooral het combineren van data uit verschillende in- en externe bronnen zorgt voor problemen”, ziet algemeen directeur Tijn van Dommelen van Imtech ICT.

Met zijn Business Intelligence-oplossingen biedt Imtech ICT diverse toepassingen om de overvloed aan data te vertalen naar optimale stuurinformatie voor het management. Zo maken wereldwijd meer dan duizend bedrijven gebruik van Imtech Control®. Voor de specifieke behoeften van branches als lokale overheden, handel en industrie beschikt Imtech ICT over, op Microsoft-technologie gebaseerde, ERP-oplossingen, die hun rendement inmiddels meer dan bewezen hebben. “En dan voorzien we ook in managementconsultancy en datacenteroplossingen om de steeds complexer wordende ICT-projecten van A tot Z in goede banen te leiden”, illustreert Van Dommelen de brede aanpak van Imtech ICT. “Het eindresultaat is steeds hetzelfde: je kunt als manager de bedrijfsprocessen beter sturen. Dankzij onze dienstverlening werken mensen dan ook beter samen met systemen, bijvoorbeeld door applicaties via portals of CMS te integreren. Maar we zetten ook software in die het sociale verkeer bevordert, zodat mensen elkaar en hun kennis weten te vinden en delen om tot synergie en samenwerking te komen.”

 

Duurzame technologie

Imtech ICT bedient als onafhankelijke divisie zijn eigen klanten, maar levert zijn expertise ook aan de andere divisies van Imtech. “We zijn uniek als het gaat om het bouwen van hoogwaardig gevirtualiseerde infrastructuren, waarin alle technologie op het gebied van communicatie, servers en netwerken tot één intelligent geheel gesmeed wordt; de basis voor cloudcomputing”, zegt Van Dommelen. “Met die kennis op het gebied van technologische convergentie zorgen we ervoor dat de groene datacenters van Imtech niet alleen uitstekend presteren, maar ook nog eens gekenmerkt worden door een laag energieverbruik, lage CO2-uitstoot én 24/7 beschikbaarheid. Ook werken we als softwareontwikkelaars mee aan intelligente brugsystemen voor de maritieme divisie van Imtech. Door expertise op het gebied van scheepstechnologie, administratieve applicaties én embedded software, is Imtech in staat om de communicatie tussen de brug van een schip, havens, loodsen en transporteurs te reguleren. Op deze manier wordt het mogelijk de totale supply chain van een afgeladen containerschip dat van Shanghai naar Rotterdam vaart te optimaliseren.”

De technische veelzijdigheid maakt Imtech ICT dé samenwerkingspartner bij uitstek. Zo is Imtech partner in de Smarter Planet Strategy van IBM, die zich richt op duurzame thema’s als water, energie en mobiliteit. Ook neemt Imtech ICT deel aan een project van Cisco om zogenoemde smart grids te ontwikkelen: duurzame netwerken die slim energie produceren, opslaan en aanwenden. In het democentrum bij Cisco in Amsterdam is bijvoorbeeld te zien hoe met behulp van Imtech ICT het groene huis van de toekomst werkt. “Door dit soort projecten bewijzen we met onze vooruitstrevende technologie midden in de maatschappij te staan”, stelt Van Dommelen. “Niet voor niets bestaat een kwart van de totale omzet van Imtech uit groene technologie.”

 

Ambitie

Imtech wil in 2015 zijn omzet van 4,5 naar 8 miljard laten groeien. Deze ambitie beïnvloedt ook Imtech ICT. “In 2010 zijn we autonoom op alle fronten gegroeid – in omzet, mensen en resultaat”, blikt Van Dommelen terug. “Met 1700 professionals realiseerden we een omzet van vijfhonderd miljoen euro. Ik zie dit echter als een tussenstation. Daarom focussen we op verdere sterke groei. De helft daarvan moet autonoom tot stand komen, de rest door bij ons portfolio passende ICT-bedrijven over te nemen.” De geplande groei noodzaakt Imtech ICT ook om nieuwe mensen te werven. Alleen al dit jaar wil Imtech ICT in Nederland minimaal honderd vacatures invullen . Van Dommelen: “We zijn nu actief in tien landen, voornamellijk in West-Europa, maar ook in Roemenië, op de Filippijnen en in Singapore. Als professional werk je bij ons in een cultuur die heel pragmatisch en down-to-earth is. Bovendien is er bij Imtech ICT op ieder niveau van de organisatie ruimte voor ondernemerschap en verantwoordelijkheid: je creativiteit wordt hier sterk gewaardeerd. En met je werk draag je bij aan veelal duurzame maatschappelijke verbeteringen. Wie wil dat nu niet?”

De telecomspecialist voor het mkb

Atlantic Telecom ziet zijn naamsbekendheid gestaag groeien. Sinds 2004 verdubbelde het bedrijf jaarlijks zijn omzet. Pijlers van het succes: een professionele organisatie en een slimme strategie, gericht op het mkb. Dit jaar zet Atlantic de volgende stap naar een fullserviceaanbod.

Atlantic Telecom startte al in 1995, nog vóór de liberalisering van de telefoniemarkt, met het aanbieden van zijn diensten. Het bedrijf overleefde de telecomzeepbel en stippelde vervolgens een uitgekiende strategie uit. “We hebben begin 2004 op alle fronten een flinke professionaliseringsslag gemaakt”, vertelt algemeen directeur Marc van Bracht. “Zo zetten we een eigen ICT-afdeling op voor crm en facturatie. Onze systemen maakten we schaalbaar, waardoor het aantal klanten binnen zes jaar kon stijgen van duizend naar elfduizend. Door de continue aandacht die we aan onze ICT schenken, kunnen we ook de komende tijd nog probleemloos met duizenden klanten per jaar groeien.”

Het succes van Atlantic bleef niet onopgemerkt. Eind 2010 nam KPN het bedrijf over. “We blijven onder eigen naam en label opereren”, maakt Van Bracht meteen duidelijk. “Wij blijven de specialist voor het mkb. Maar als KPN-dochter wordt het wel makkelijker om ook bedrijven in het mkb+-segment te bedienen. Naast continuïteit bieden we ook hen de flexibiliteit, kwaliteit en persoonlijke service van een relatief klein bedrijf waar het personeel toegewijd is en er graag samen de schouders onder zet.”

Partnerkanaal

Atlantic Telecom mag dan steeds bekender raken, toch maakt het telecombedrijf voornamelijk gebruik van salespartners om zijn diensten te marketen. “Op deze manier hebben we een vaste plaats op de Nederlandse markt verworven”, blikt Van Bracht terug. “We beschikken nu dan ook over een uitgebreid en vertrouwd partnerkanaal, waarin de samenwerking wederzijds erg goed bevalt. Bij grotere bedrijven kunnen wij in overleg de partner ondersteunen met onze eigen salesmensen. Maar voor veel klanten verzorgen onze partners zelf al jaren op uitstekende wijze een deel van onze hoogwaardige service.”

Volgens Van Bracht gaat Atlantic de samenwerking met zijn partners dit jaar verder uitbouwen. “Veel partners hebben er behoefte aan om zelf een groter deel van de dienstverlening naar de klant toe in te vullen. Daar krijgen ze binnenkort de mogelijkheden voor. Denk aan portals, waar ze op in kunnen loggen om bij Atlantic volledig geautomatiseerd handelingen te verrichten als het aanvragen of blokkeren van een simkaart of extra telefoonlijn. Zo houden we samen de lijnen kort en de service optimaal.”

Maatwerkfacturen

Atlantic betrekt zijn producten van verschillende gerenommeerde netwerkleveranciers. Het telecombedrijf verzorgt de facturatie echter geheel zelf, op een wijze die onderscheidend is en, zo bleek uit een recent onderzoek, tot grote tevredenheid bij klanten leidt. “We stemmen facturen altijd af op de specifieke administratie die een onderneming voert”, zegt Van Bracht. “Zelfs als het om een consortium gaat, kunnen we per bedrijf maatwerk leveren. Onze facturen zijn ongewoon transparant. Ze komen op tijd binnen en zijn door de klant zelf overzichtelijk in te delen, zodat een manager in één oogopslag inzicht krijgt in de kosten van alle diensten die bij ons afgenomen worden. Mochten we additionele mogelijkheden tot besparen zien, dan zullen we hierover zelf bij de klant aan de bel trekken.”

Als extra service levert Atlantic altijd een onlinefacturatietool, die bijvoorbeeld voor telecomexpensemanagement ingezet kan worden. “Hiermee kunnen we per vestiging het belgedrag van iedere eindgebruiker specificeren, of die nu vanuit kantoor of huis belt of mobiel”, illustreert Van Bracht de kracht van deze toepassing. “Als je werknemers op deze manier bewust maakt van hun belgedrag, breng je vaak vanzelf de kosten al naar beneden. Met onze tool hebben we voor klanten al besparingen gerealiseerd die opliepen tot dertig procent.”

Onestopshopping

Vorig jaar breidde Atlantic zijn dienstverlening uit met mobiele telefonie. Mede dankzij de overname door KPN beschikt Atlantic nu ook over de capaciteit en stabiliteit om VoIP aan te bieden. Dit jaar zal het portfolio verder uitgebreid worden met DSL- en glasvezelproducten en bijbehorende SaaS-diensten, zoals Back-up Online en Hosted E-mail. De behoefte van de klant blijft leidend. “Het is aan ons om slim na te gaan hoe we het belang van onze klanten optimaal kunnen dienen”, vertelt Van Bracht. “We zetten echter alleen innovatieve toepassingen in als deze zich kwalitatief bewezen hebben en een praktische meerwaarde binnen het mkb hebben. Daarnaast moeten ze uiteraard aansluiten op het portfolio en de strategie van Atlantic Telecom zelf. Alleen zo waarborgen we de combinatie van een hoog rendement en persoonlijke service tegen scherpe tarieven.” Gelieve de hoofdletters te laten staan bij Backup Online en Hosted Email, omdat het om diensten gaat

De kracht van het ICT-ecosysteem

Ictivity en Proact lijken voor elkaar gemaakt: de een is een brede onafhankelijke ICT-dienstverlener, de ander een storagespecialist en leverancier van diverse A-merken. Hun wisselwerking staat in de praktijk al jaren garant voor creatieve en goed ondersteunde oplossingen op het gebied van de totale infrastructuur.

Ictivity levert objectieve advies- en implementatiediensten voor de ICTinfrastructuur. Het bedrijf positioneert zich daarbij bewust als een fullservice IT-partner. “Of het nu om front-end- of back-endoplossingen gaat, we beschikken over kennis en ervaring binnen alle relevante disciplines”, vertelt commercieel directeur Geert Visser. “Om die propositie waar te maken, hebben we een ecosysteem van partnerschappen. Door deze strategische wisselwerking met diverse ICT-specialisten garanderen we kwalitatief hoogstaande projecten.” Een van die partners is Proact, de Europese marktleider op het gebied van storage. “Ons specialisme is tegenwoordig bijna niet meer weg te denken uit de business van ondernemingen”, zegt sales director Sander Dekker. “Informatie is van levensbelang geworden voor de bedrijfsprocessen en moet te allen tijde beschikbaar zijn. Binnen onze eigen supportorganisatie hebben we ons escalatiemanagement op het hoogste niveau ingericht. Bij calamiteiten en supportcalls voeren we dan ook altijd zelf de volledige regie in plaats van als doorgeefluik te fungeren.”

Pragmatische oplossingen

Beide bedrijven delen de visie dat de onafhankelijkheid van leveranciers de beste adviezen oplevert. “We kijken zonder oogkleppen naar de wens van de klant”, stelt Dekker. “Onze delivery- en supportafdelingen kunnen met alle systemen uit de voeten, zijn tot het hoogste niveau gecertificeerd en beoordelen nieuwe oplossingen streng op hun toegevoegde waarde. Dat gaat zelfs zo ver, dat we desnoods in eigen huis met behulp van glue programming bepaalde middleware bouwen om een naadloze aansluiting te garanderen.” Die flexibiliteit kenmerkt ook de diverse end-to-endconcepten die Ictivity en Proact samen in de markt zetten. “We worden daarbij niet gehinderd door de belangen van vendoren”, benadrukt Visser. “Dat geeft ons alle ruimte innovatieve toepassingen te creëren die een mix zijn van verschillende software- en licentievormen. Of het nu om open- of closedsource-oplossingen gaat, de functionele eisen van de klant staan voorop. Dankzij de synergie van onze kennis en ervaringen weten we onbeperkte schaalbaarheid, support en beheer tegen lage kosten te realiseren.” Volgens Visser zal de rol van onafhankelijke ICT-expertise hard gaan groeien. “In de huidige markt worden diensten steeds vaker rechtstreeks door een vendor geleverd”, zegt hij. “Klanten zitten echter helemaal niet op dit soort commodity’s te wachten. Juist de combinatie van verschillende producten en configuraties levert voor hun businesscase de optimale oplossing, zoals we al meerdere malen bewezen hebben. Die broodnodige onafhankelijkheid zit bij ons in het DNA.”

Kant-en-klaar

Steeds meer bedrijven willen hun ICToplossingen turnkey afnemen, zonder er nog naar om te hoeven kijken. Ictivity voorziet in deze behoefte met een uitgebreid pakket aan managed services. “De klant is niet geïnteresseerd in de groeiende complexiteit van de infrastructuur”, ziet Visser. “Of ICT nu binnens- of buitenshuis geregeld wordt, hij wil gewoon beschikbaarheid en inzicht in wat dat per maand gaat kosten. Wij kunnen dit dan ook van (virtuele) werkplek tot aan storage afdekken in een serviceovereenkomst. Gezien zijn innovatieve werkwijze is Proact voor ons de ideale partner om juist in dat soort concepten mee te denken en ondersteuning te bieden.” “Uiteraard hebben we systemen voor centrale opslag, back-up et cetera”, vult Dekker aan. “Maar we onderscheiden ons vooral door deze oplossingen als storage on demand te faciliteren, vanuit ons eigen datacenter of bij de klant op locatie. Bovendien financieren we deze dienst in eigen huis, waardoor een klant dan niet tegen een zogenoemde clickfondsconstructie aanloopt en feitelijk meteen zijn nieuwe omgeving mag afrekenen. In plaats daarvan betaalt hij volledig op basis van gebruik, net als bij stroom. Behalve het voordeel van transparantie en lagere kosten, biedt onze storage on demand ook flexibiliteit. We kunnen services als monitoring en capaciteitsbewaking toevoegen, maar ook de gehele omgeving beheren op basis van bepaalde SLA’s. En om het plaatje compleet te maken, voegen we naar behoefte de diensten van Ictivity op het gebied van virtualisatie, networking of trainingen toe. Voor één vaste prijs per gigabyte per maand.”

Transparantie

Hoe productief de wisselwerking tussen Proact en Ictivity ook is, beide partners blijven complementair. “We voelen precies aan waar de grenzen van onze competenties liggen”, benadrukt Visser. “We leggen onze verantwoordelijkheden dan ook heel transparant vast. Je zag het afgelopen halfjaar in de markt veel aanbestedingen waarbij verschillende dienstverleners los van elkaar hun ding deden. Dat leidde regelmatig tot conflicten, zodat de klant met de handen in het haar zat. Dat zie je bij onze projecten niet gebeuren.” “Een van beide partners neemt altijd de lead, afhankelijk van wie de aanbesteding bij een klant of prospect is ingegaan”, voegt Visser toe. “Voor het hele project fungeert vanuit dit bedrijf één projectmanager als aanspreekpunt. Deze persoon is echter goed in beide organisaties verweven. De klant weet dat de dienstverlening door twee partners verzorgd wordt, maar heeft in de praktijk toch het gevoel dat hij maar met één partij te maken heeft – dat is de grote kracht van ons ecosysteem.”

Innovatie van de informatiewerker

Qurius levert bedrijven concurrerende IT-oplossingen op basis van Microsoft-technologie. Na een reorganisatie zette het bedrijf een nieuwe koers uit. De dienstverlening zal vooral gaan rusten op de pijlers innovatie, duurzaamheid en de kracht van Het Nieuwe Werken.

Tijdens een economische crisis kun je op de rem gaan staan of gas geven richting de horizon. Qurius koos voor het laatste en ontwikkelde een nieuwe langetermijnstrategie. “We gaan fors investeren in onze professionals”, vertelt algemeen directeur Peter van Haasteren. “Behalve op de geijkte vaardigheden gaan we onze werknemers nu tevens op toekomstvisie trainen. Innoveren moet voor hen als het ware een dagelijkse routine worden. Ook hebben we Het Nieuwe Werken ingevoerd. Dit houdt onder meer in dat we ons personeel stimuleren om vaker thuis te werken. Autorijden is, zeker bij files, vermoeiend. Je komt dan niet ontspannen aan op kantoor, maar moet wel acht uur lang presteren. Door een paar dagen thuis te werken, ben je de hele week vitaler en creatiever.”

 

 

Managen op output

De organisatie van Qurius bestaat voor ongeveer tachtig procent uit consultants. Van Haasteren zou graag zien dat juist ook zij niet meer iedere dag naar de klant rijden. “Ja, dat zou een revolutie zijn”, beaamt hij. “Ondernemers zijn immers gewend om een consultant van negen tot vijf over de werkvloer te hebben. Via het Office Communication System, een zakelijke variant van MSN, kunnen ze echter op ieder gewenst moment met de consultant thuis communiceren. Onze mensen blijven uiteraard productief. We managen hen op output, maar zien dat de consultants uit zichzelf al aan hun prestatie gecommitteerd zijn.”

 

CO2-voetafdruk

Minder autorijden draagt uiteraard bij aan een beter milieu. Van Haasteren windt er echter geen doekjes om dat duurzaamheid ook zorgt voor een gezonde winstmarge. “Het verbaast me dat tijdens de crisis de discussie over een efficiënter gebruik van energie naar de achtergrond verdween”, zegt hij. “Zeker met de stijgende brandstofprijzen wordt het voor bedrijven steeds duurder om nog een eigen serverpark aan te houden. Al die servers, airco’s en back-upsystemen zijn afgestemd op de piekbelasting en verbruiken zelfs na tuning onnodig veel stroom.” Qurius biedt bedrijven via Green IT een duurzaam en competitief alternatief. “Met Green Space beschikken we over een zuinig hostingcentrum”, illustreert Van Haasteren. “Dankzij virtualisatie kan hier slechts een enkele energiezuinige server dezelfde, maar vaak nog hogere servicegraad realiseren dan een serverpark. Met speciale software geven we bedrijven die heel bewust aan duurzaamheid werken inzicht in hun CO2-voetafdruk, inclusief concrete stappen om deze te verminderen.”

 

Informatiecentrum

Qurius betrekt bedrijven graag bij zijn innovatie. Daarom verschijnt binnenkort op de eerste verdieping van de Nederlandse vestiging het Qurius Inspirience Center. “In een ontspannen sfeer laten we hier de mogelijkheden van de nieuwste technologieën aan klanten en prospects zien”, verklaart Van Haasteren. “Denk bijvoorbeeld aan visualisatie. Nu leggen we onze oplossingen nog in vaak technische taal vast; in de toekomst willen we onze rapporten toegankelijker maken met heldere beelden. Tevens tonen we wat erbij komt kijken als je informatiewerkers in het veld te allen tijde over de voor hen relevante gegevens wilt laten beschikken. Het is een tamelijk complex proces om op basis van verschillende deelsystemen informatie voor ieder individueel persoon toegankelijk te maken of af te schermen.” Veel ondernemers denken bij automatisering van hun processen vooral aan de backoffice. Volgens Van Haasteren is tegenwoordig juist aan de frontoffice veel winst te behalen. “De mensen in het veld werken meestal nog niet met de nieuwste technologie”, constateert hij. “Neem nou een chauffeur in de transportsector. Meteen na het leveren of ophalen van een bestelling zou hij de relevante gegevens kunnen invoeren en naar de backoffice versturen. Hier wordt alles dan automatisch geregistreerd en verwerkt, zodat het aantal handelingen en fouten in het bedrijfsproces fors verminderd worden. En bij een telefoontje voor een spoedbestelling zou je online de route van een van je chauffeurs kunnen aanpassen, zodat hij binnen korte tijd bij de klant is. Dat is toch de service die je wil bieden.”

 

Sociale hub

Thuis of in het veld werken mag dan veel positieve impulsen opleveren; er kleeft wel degelijk een nadeel aan. “Informatiewerkers klagen vaak dat ze niet even een praatje met een collega kunnen maken”, licht Van Haasteren toe. “We gaan ons kantoor daarom een make-over tot ontmoetingsplek geven, zodat behalve werk ook sociale contacten gestimuleerd worden. We verruimen openingstijden en voeren variabele werkplekken in, waaronder enkele gezellige hoekjes.” Informeel contact zorgt niet alleen dat collega’s zich met elkaar verbonden voelen, maar faciliteert ook kennisoverdracht. “In een gemoedelijke sfeer wisselen collega’s eerder ervaringen en expertise uit”, vertelt Van Haasteren. “We bevorderen dit proces door ‘competence leads’ aan te stellen: professionals die ontzettend veel weten van een specifieke toepassing of techniek en aan internationale congressen of werkgroepen deelnemen om hun kennis te verdiepen. Deze werknemers fungeren op hun gebied als inspiratiebron voor hun collega’s en stuwen zo onze innovatie verder voort.”

Drager van het ondernemersgen

Al bijna honderddertig jaar ademt Ernst & Young ondernemerschap in alles wat het doet. De organisatie ondersteunt zowel ondernemers binnen als buiten haar portfolio op het lastige pad naar succes. Een sleutelrol is hierbij weggelegd voor de eigen wereldwijde benchmark van kennis en ervaring.

In de globale markt bruist het van de ondernemersambitie, maar is het pad naar succes allerminst gemakkelijk begaanbaar. Omdat de meeste ondernemers maar één keer de gooi vanuit de spreekwoordelijke garage naar het marktleiderschap doen, missen ze meestal de kennis en ervaring om de vele hobbels en valkuilen het hoofd te bieden. Met zijn dienstverlening maakt Ernst & Young het pad voor hen beter begaanbaar. “We zijn één wereldwijde firma met één winst-en-verliesrekening en één gezamenlijke backoffice: we kennen letterlijk geen landsgrenzen”, illustreert partner Wolfgang Paardekooper de kracht van de multinational. “Die structuur is uniek binnen onze branche. We kunnen daardoor alles uit de kast halen om ondernemerschap optimaal te ondersteunen, waar dan ook ter wereld.”

Benchmark

Kennis speelt een essentiële rol binnen Ernst & Young. Het bedrijf beschikt over een ongeëvenaarde benchmark waarin jarenlange ervaring en continu geactualiseerd onderzoek samenkomen. “We destilleren hier de algemene patronen uit die kunnen bijdragen tot ondernemerssucces”, licht partner Andrea Vogel toe. “Zo hebben we het Exceptional Enterprise Model ontwikkeld op basis van bevindingen over de manier waarop bedrijven als Google, Dell en Starbucks marktleider zijn geworden. Die weg is voor iedere onderneming natuurlijk anders, maar dit model is zo krachtig in zijn voorspellende waarde dat het bijna een handleiding is. Met deze kennis kunnen we voor iedere ondernemer, ongeacht in welke sector hij actief is, een momentopname maken die met grote waarschijnlijkheid voorspelt welke uitdaging hij spoedig op zijn pad gaat vinden.”

Of het nu gaat om beginnende bedrijven of multinationals als Coca-Cola: Ernst & Young begeleidt alle soorten ondernemers bij hun specifieke uitdagingen. “Voor de sleutelmomenten van start-up, groeifinanciering en beursgang hebben we bijvoorbeeld multidisciplinaire specialistenteams op het gebied van private equity en IPO samengesteld”, vertelt Vogel. “Het opzetten van een organisatie, een private-equityconstructie of het voorbereiden op een beursgang vormt een complex vraagstuk. Onze experts zorgen dat deze processen vlot verlopen zonder het belang van ondernemerschap uit het oog te verliezen. Maar ook marktleiders kloppen bij ons aan vanwege onze specialistische kennis. Dat kan gaan om een wereldwijde fiscale organisatie, automatisering of risicobeheersing. We bieden hen één accountmanager en één heldere aanpak, waarin onze wereldwijde kennis geïntegreerd en op elkaar afgestemd is.”

Sparringpartner

Het Exceptional Enterprise Model stelt Ernst & Young in staat om proactief te handelen. Met deze kennis kan het concern ondernemersrisico’s sterk verminderen. Als voorbeeld noemt Paardekooper de wetenschappelijk vastgestelde hoofdoorzaak van faillissementen: een onbeheerste groei. “Een ondernemer wiens afzet ineens de hoogte inschiet, krijgt binnen zijn organisatie te maken met groeistuipen”, legt hij uit. “Dit is een natuurlijk proces in de vorming van een bedrijf, maar je moet als ondernemer wel op tijd acteren om bijvoorbeeld de backoffice mee te laten groeien. Anders ontstaat er een bottleneck en resulteert je groei uiteindelijk in neergang.” Hoe goed Ernst & Young ook kan anticiperen op de ontwikkeling van een organisatie, het bedrijf beschikt niet over een glazen bol. Regelmatig overleg met clienten is dan ook een pre. “We ambiëren immers de rol van kritische sparringpartner”, vertelt Paardekooper. “Zeker als een ondernemer binnen zijn organisatie geen gelijkwaardig klankbord heeft, kunnen wij hem zo een spiegel voorhouden. We vertellen wat hij goed doet, maar leveren ook opbouwende kritiek op punten waar het beter kan of de ondernemer zelfs risico’s loopt. Willen we onze expertise op volle kracht inzetten, dan is het dus een voorwaarde dat een ondernemer ons tijdig vertelt waar hij strategisch naartoe wil.”

Ondernemersprijs

Ernst & Young stimuleert het ondernemerschap op brede basis. Het concern spreekt en schrijft er opiniërend over, maar belegt ook regelmatig bijeenkomsten om onderzoek en marktontwikkelingen te bespreken. “Recentelijk hebben we ons Europese onderzoek naar de kracht van familiebedrijven gepresenteerd”, noemt Vogel als voorbeeld. “Die studie toonde aan dat dit soort bedrijven goed presteert door een unieke cliëntrelatie, een langetermijnplanning, innovatie en loyaal personeel. We hebben deze bevindingen voorgelegd aan wetenschappers en Nederlandse ondernemers, met een voor alle partijen inspirerende en leerzame discussie als resultaat.” Met de Entrepreneur Of The Year-verkiezing, die in vijftig landen wordt gehouden, zet Ernst & Young ieder jaar succesvolle ondernemers op het podium. “De wedstrijd is leuk, maar het gaat toch vooral om netwerken”, zegt Paardekooper. “Voor de Nederlandse finalisten hebben we een sociëteit opgericht, die twee keer per jaar op Nyenrode bijeenkomt. Het is echt exclusief voor ondernemers bedoeld; commerciële partijen komen er niet tussen. Ook wij blijven als faciliterende partij op de achtergrond. In internationaal verband heeft Ernst & Young dit jaar voor het eerst voor (oud-)finalisten van de competitie uit Europa, het Midden-Oosten, Afrika en India een forum georganiseerd waarin toonaangevende sprekers hun visie gaven over de rol die ondernemerschap kan spelen bij essentiële kwesties als scholing van de bevolking. Hiermee bewijst Ernst & Young eens te meer dat ondernemerschap rotsvast in onze cultuur verankerd is.”

Werken aan duurzame ICT

Leen Zevenbergen heeft de koers van Qurius, de grootste Microsoft-partner van Europa, verlegd. Aan de hand van een ambitieuze langetermijnvisie investeert de nieuwe bestuursvoorzitter in de drie p’s van people, planet en profit. “Ik ben een bouwer, geen breker.”

Sinds 1 januari is Leen Zevenbergen de nieuwe CEO van Qurius. Hij leidde eerder al enkele ICTdienstverleners en richtte zelf twintig bedrijven op die voornamelijk in de innovatieve frontlinie van de techniek actief waren. De serieondernemer publiceerde daarnaast het gelauwerde managementboek ‘En nu laat ik mijn baard staan’. In de opvolger daarvan, ‘’t Is groen’, beschrijft Zevenbergen hoe je veranderingen in organisaties waar kunt maken. Vorig jaar werd hij gevraagd om zijn ideeën binnen Qurius in de praktijk te brengen om daarmee de vernieuwing van dit beursgenoteerde bedrijf gestalte te geven.

 

Geïntegreerde oplossingen

“Ik heb toen Qurius maar even gegoogeld, want ik kende dit bedrijf eigenlijk niet zo goed”, bekent Zevenbergen. “Tot mijn verbazing zag ik dat wij de grootste Microsoft-partner in Europa zijn. En dat we over de hele wereld uitdagende projecten realiseren voor bijvoorbeeld een klant als BDO. Toch lijkt bijna niemand dit te weten. De nadruk lag in onze organisatie altijd heel stevig op kennis, met hoogopgeleide mensen. Die kwaliteit blijft natuurlijk, maar we zullen daarnaast zeker onze naamsbekendheid gaan vergroten.”

 

Zevenbergen wil Qurius stevig laten groeien in de Europese markt voor het middenbedrijf en de overheidssector. “Microsoft is de enige softwareleverancier die het mkb een totaalpakket aan automatiseringsproducten kan leveren, van administratie tot allerlei websystemen”, vertelt hij. “Wereldwijd zijn er echter slechts vier of vijf partijen die al deze toepassingen als één geïntegreerde oplossing kunnen realiseren. Tot die selecte groep behoort ook Qurius. Onze kracht ligt dan ook in een dienstverlening die efficiënter, per saldo goedkoper, duurzamer en beter geregisseerd is. Toch moet ik klanten nog weleens van onze geïntegreerde oplossing overtuigen. Dat kost nooit veel tijd: ik vraag hen namelijk altijd of ze bij de bouw van een huis wel met vijf verschillende aannemers in zee zouden gaan.”

 

Mensen binden

“Ik ben een bouwer, geen breker”, zegt Zevenbergen tussen neus en lippen door als hij vertelt over de veranderingen binnen Qurius. “Ik wil deze organisatie duurzaam aantrekkelijker maken, bijvoorbeeld door mensen het gevoel te geven dat ze ieder op hun eigen niveau een wezenlijke bijdrage aan Qurius leveren. Ook zullen we niet aan het eind van ieder kwartaal de druk op ons personeel verhogen, zoals andere beursgenoteerde bedrijven dat weleens doen. Op de korte termijn kan dat commercieel gezond zijn, maar op de lange termijn maakt het economisch geen verschil, omdat er na die piek altijd een dal volgt. Dan kun je als organisatie beter kiezen voor een stabiele lijn.”

 

Zevenbergen blijkt een aanhanger van een gezonde geest in een gezond lichaam. “Dat is niet zo verwonderlijk, licht hij toe. “Mensen die lekker in hun vel zitten, presteren aantoonbaar beter. Ik ga dan ook best ver in die visie. De snoepautomaten gaan eruit en we zijn in gesprek met onze cateraar over het serveren van gezond voedsel. Ook stellen we gedragsregels op over hoe werknemers met elkaar om horen te gaan. Zo mogen werknemers op vrijdagmiddag geen negatieve berichten meer op iemands voicemail achterlaten, omdat de ontvanger daardoor vaak gestrest het weekend ingaat.”

 

Uiteraard heeft Qurius ook het nieuwe werken ingevoerd: er gelden geen vaste werktijden of -plekken meer. Iedere werknemer krijgt de vrijheid om flexibel zijn taken uit te voeren. Met al deze maatregelen wil Zevenbergen ook in de nabije toekomst talent aan Qurius blijven binden. “Maar weinig ondernemers lijken te beseffen dat er over een paar jaar een tekort aan personeel ontstaat”, stelt hij. “In de slag om de beste professionals zullen bedrijven behalve een prettige ook een moderne en inspirerende werkomgeving moeten bieden. Voor ons als ICT-dienstverlener is die uitdaging overigens duidelijk: er moet stevig geïnnoveerd worden. Daarmee bedoel ik geen productverbetering, maar vernieuwing die grenst aan een paradigmaverschuiving, zodat we toepassingen kunnen blijven ontwikkelen die aansluiten op de techniek van morgen.”

 

Groene ambitie

Qurius streeft naar een neutrale CO2-voetafdruk. Om dit voornemen kracht bij te zetten, rijdt Zevenbergen zelf in een Lexus Hybride. “Milieuvriendelijk ondernemen zal de komende vijf jaar een van de grootste strategische uitdagingen voor bedrijven vormen”, verwacht hij. “Neem nu enkele van onze Duitse klanten die toeleverancier zijn van een groot automerk. Hun opdrachtgever eist dat zij aantoonbaar duurzame onderdelen leveren, omdat auto’s steeds schoner moeten worden. Lukt hen dat niet, dan is het einde verhaal. Als dienstverlener zijn we toe aan Green IT 2.0. Richtte de eerste versie zich nog op een lager energieverbruik van de ICT, nu werken we aan systemen waarmee onze klanten gedetailleerd inzicht krijgen in de duurzaamheid van hun producten. We willen hierin marktleider worden voor onze doelgroep. Ja, ik leg de lat hoog. Als je niet naar de sterren reikt, kom je nooit op de maan.”

Denken in mogelijkheden

Qurius werkt vol vertrouwen aan het realiseren van zijn ambitieuze visie. De grootste Microsoft Dynamics-partner van Nederland windt er geen doekjes om: het bedrijf wil winst maken met oog voor mens en milieu. In zijn nieuwe Inspirience Center inspireert Qurius zijn relaties om krachtig te innoveren.

Lef kan Qurius niet ontzegd worden. Nota bene tijdens de economische crisis verlegde het ICT-bedrijf zijn koers om een nieuwe missie te realiseren: blijvend succes behalen door de wereld slimme oplossingen te bieden. “Innovatie, duurzaamheid en Het Nieuwe Werken vormen de pijlers van onze nieuwe visie”, verklaart chief brand officer Geerd Schlangen. “Ook de cultuuromslag die binnen onze organisatie heeft plaatsgevonden, speelt een belangrijke rol. We kijken bij technische ontwikkelingen niet langer waar de beren op de weg staan, maar denken juist in mogelijkheden. Met onze visie als leidraad benutten we zo kansen die we anders over het hoofd gezien zouden hebben.” Opvallend genoeg heeft het beursgenoteerde Qurius zijn visie openbaar gemaakt op de eigen website. Iedereen kan het lezen. “We hopen zo te appelleren aan de vragen die ondernemers en ICT’ers zich stellen over de rol van ICT binnen hun bedrijf”, verklaart Schlangen. “Geïnteresseerden zijn dan ook uitgenodigd om ons recent geopende Inspirience Center te bezoeken. In deze inspirerende multimediale omgeving willen we onze ideeën visualiseren en er met bezoekers de dialoog over aangaan. Nog niet iedere ondernemer weet bijvoorbeeld wat Het Nieuwe Werken specifiek voor zijn bedrijf betekent. In het Inspirience Center tonen we graag de voordelen die software als het Office Communication System (OCS) biedt.”

Expertise

Qurius werkt momenteel hard aan de vertaling van zijn visie naar de zakelijke praktijk. Het bedrijf levert tenslotte geen dromen, benadrukt algemeen directeur Qurius Nederland Peter van Haasteren. “We zijn specialist in hoogstaande ERP-oplossingen en slimme aanvullende tools als CRM, BI en .net. Daarnaast voorzien we in consultancy aan middelgrote Europese organisaties met tweehonderd tot drieduizend werkplekken, waarbij onze consultants beschikken over een hoge mate van branchespecifieke kennis.” De technologische mogelijkheden van Microsoft bieden Qurius een goed perspectief om ook op de lange termijn zijn visie vorm te geven. Het bedrijf zal zelf applicaties blijven ontwikkelen, maar zoekt ook steeds vaker samenwerking met specialistische partners. “Zo zijn we de Europese bètatester voor een Amerikaanse start-up die een dashboard met duurzaamheidsgegevens ontwikkelt”, vertelt Van Haasteren. “Soms nemen we activiteiten over, zoals recentelijk de consultancytak van Evidanza, een Duitse specialist in BI-applicaties die zijn expertise nu voor ons op Europese schaal inzet. Als een van de grootste Microsoft-partners ter wereld zijn we het aan onze klanten verplicht om de beste ICT-oplossingen te blijven regisseren.”

Tweede automatiseringsgolf

De nieuwe visie van Qurius komt geen moment te vroeg. Volgens Van Haasteren staat het bedrijfsleven immers aan de vooravond van een tweede automatiseringsgolf. “De traditionele pc-kasten verliezen terrein aan mobiele apparaten als smartphones, notebooks en iPads”, weet hij. “ERP heeft slechts twintig procent van een bedrijf geautomatiseerd, voornamelijk de backoffice. Nu zijn de mensen in het veld aan de beurt. Verkopers, consultants of vrachtwagenchauffeurs worden meer en meer met mobiele apparaten op pad gestuurd. Met onze innovaties spelen wij in op de eis dat zij via een portal direct over relevante gegevens moeten beschikken om deze na een eventuele bewerking ook weer op te kunnen slaan.” “Het belang van ICT zal in veel sectoren sterk toenemen”, vervolgt Van Haasteren. “Kijk bijvoorbeeld naar de thuiszorg, waar de wijkverpleegkundige van cliënt naar cliënt rijdt. De hulpverlening in deze branche is versnipperd, traag en duur. Als een verpleegkundige echter via een mobiel apparaat voor iedere cliënt de juiste gegevens bij de hand heeft, kan ze indien nodig sneller tot de juiste actie overgaan dan wanneer er eerst een halfuur naar verschillende instanties gebeld moet worden. Dankzij innovatieve ICT behaal je zo een geweldige efficiencywinst.”

Opinieleider

In 2014 wil Qurius voor honderd procent milieuvriendelijk functioneren. Een moedige ambitie, waarover nog menig wenkbrauw zal worden opgetrokken, beaamt Schlangen. “We werken er in ieder geval keihard aan. In onze datacenters gebruiken we de meest energiezuinige servers. Ook ontwikkelen we applicaties waardoor bedrijven groener met hun middelen om kunnen gaan. Zo nemen we in de optimalisatie van bedrijfsprocessen nu al de CO2-component mee. En in de toekomst gaan we wellicht tijdens de fabricage ieder onderdeel van bijvoorbeeld een auto via een chip registreren, zodat een afvalverwerker de demontage beter kan managen.” Via diverse werkgroepen timmert Qurius ook sociaal nadrukkelijk aan de weg. Het betrekt hierbij verschillende stakeholders, zoals maatschappelijke organisaties, om bijvoorbeeld vrouwen en allochtonen voor zijn organisatie te werven. “De traditionele werknemer in de ICT is toch een autochtone man”, ziet Van Haasteren. “Meer diversiteit in onze organisatie zou een betere afspiegeling van de maatschappij geven. Het mes snijdt straks aan twee kanten: na de crisis zal het tekort aan vakkundig personeel in de IT-sector weer opsteken. Door nu alvast onze basis te verbreden, kunnen we onze kansen duurzaam benutten. Ja, het realiseren van onze visie is een lang proces, maar over een jaar of drie moeten we een sterk positieve balans op kunnen maken. Dat we ondertussen steeds meer als opinieleider gezien worden, beschouwen we als een mooie tussenstand.”

ICT als sleutel naar een duurzame toekomst

TNO zet zich in voor maatschappelijke vooruitgang door wetenschappelijke kennis te vertalen naar innovaties met aantoonbare impact. Via haar Smart Energy-kennisprogramma streeft de organisatie naar een succesvolle schaalvergroting van duurzame energie. ICT speelt hierin een sleutelrol, zowel bij de noodzakelijke technische als sociale innovatie.

Behalve de schade die hun verbranding aan het milieu toebrengt, hebben fossiele brandstoffen nog een nadeel: ooit raken ze op. Steeds meer landen en bedrijven investeren daarom in duurzame energie door grote parken met windmolens of zonnepanelen aan te leggen. Tegelijkertijd vindt er door diverse innovaties een decentralisering van energieopwekking plaats, bijvoorbeeld door de productie van gas via vermesting in stallen. Volgens Harold Veldkamp, directeur Smart Energy Systems bij TNO, laten deze nieuwe energievoorzieningen zich echter niet zo makkelijk op het bestaande energienetwerk aansluiten. “De grootste uitdaging zal zijn om duurzame energie te implementeren met behoud van een stabiele levering”, stelt hij. “Het tijdstip en de mate van productie van bijvoorbeeld windmolens fluctueert. Dit stelt heel andere eisen aan het netwerk dan een gereguleerde elektriciteitsopwekking vanuit de huidige energiecentrales. En als sommige consumenten hun gas ook nog eens lokaal van boerderijen gaan betrekken, ontstaat er nog meer onzekerheid tussen vraag en aanbod op het energienetwerk. Via ons Smart Energy-kennisprogramma willen we de komende jaren een strategie ontwikkelen om deze nieuwe energiebronnen succesvol te implementeren.”

Virtuele markt

“ICT wordt een kernonderdeel van ons energiesysteem”, voorziet Veldkamp. “Deze technologie dient de behoefte om op het energienetwerk steeds meer zaken te meten en reguleren. ICT zal dan wel met beleid geïntegreerd moeten worden. Goed functionerende ICT-systemen kennen immers een uitval van gemiddeld zes tot acht uur per klant per jaar. Ter vergelijking: bij elektriciteit duurt die uitval hooguit dertig minuten, bij gas zelfs dertig seconden. De vraag is dan ook hoe we de zekerheid van levering gaan handhaven óndanks ICT.” Ligt er eenmaal een betrouwbare technische basis, dan ontsluit juist ICT de mogelijkheid tot een bijna revolutionaire innovatie van de energiesector. Als voorbeeld noemt Veldkamp de consumenten die zelf elektriciteit opwekken via zonnepanelen of de toekomstige generatie cv-ketels. “Je zou deze huishoudens via ICT aan elkaar kunnen koppelen en op afstand besturen alsof het een virtuele elektriciteitscentrale betreft. Wellicht dat sommige van deze consumenten zich willen verenigen om hun overschot aan elektriciteit te verhandelen op een virtuele markt. Anderen nemen liever de vrijheid om individueel te verkopen of om energie gratis te schenken aan vrienden of een goed doel. Door al deze handelingen te registreren en herleidbaar op de afrekening te verwerken, zal ICT bijdragen aan het ontstaan van vele nieuwe businessmodellen.”

Tussen de oren

Een betrouwbare levering is een noodzakelijke, maar geen afdoende voorwaarde voor de consument om over te stappen op duurzame energie. “Succes is ook een kwestie van sociale innovatie”, stelt Expertisemanager Business Innovation & Customer Behaviour Natascha Agricola. “Willen we de transitie naar duurzame energie laten slagen, dan is het cruciaal om voldoende maatschappelijk draagvlak te creëren door aansluiting te bewerkstelligen op de belevingswereld van consumenten. Het informeren en motiveren van het gewenste gedrag via de inzet van ICT staat daarbij centraal. Zo kun je via social media aan het imago van duurzame energie werken. Als gebruikers bijvoorbeeld positieve ervaringen uitwisselen en laten zien dat duurzame energie goed bruikbaar is, maakt dat consumenten enthousiast om samen nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Je ziet nu al dat duurzaamheid waarde toevoegt binnen bepaalde groepen op internet, omdat het gebruiken van modieuze maar klimaatneutrale producten leuk is dan wel aansluit bij de identiteitsbeleving.” Met behulp van ICT kun je niet alleen het imago van duurzame energie beïnvloeden, maar ook gericht feedback geven op het gereduceerde energieverbruik of de meest recente handelswaarde van een kilowattuur stroom. De discussie rondom de slimme energiemeter toont echter aan hoe broos het vertrouwen is dat consumenten in de overheid en energiebedrijven hebben. “Je moet innovatieve ICT-toepassingen niet te ingewikkeld of ondoorzichtig maken”, weet Agricola. “Consumenten ervaren dan dat hun veiligheid of privacy geschonden wordt. Of ze zien een applicatie als verplichting en haken alleen om die reden alsnog af.”

Vacature

De afdeling Business Innovation & Customer Behaviour van TNO bestaat uit een team van twintig mensen dat zich bezighoudt met het succesvol sturen van innovaties, onder meer via ICT en social media. Binnen deze afdeling is momenteel een vacature voor een senior gedragskundige. “Wat we vooral van deze persoon verwachten, is dat hij of zij vanuit een wetenschappelijke methodologie ontrafelt hoe je blijvend transities bij verschillende groepen mensen tot stand kunt brengen”, vertelt Agricola. “Ook het ontwikkelen van een heldere visie en de implicaties hiervan uitdragen, behoort tot de kwaliteiten waar we naar zoeken. Omdat we niet aan de problemen van gisteren, maar aan de uitdagingen van overmorgen werken, dien je als onderzoeker diverse stakeholders enthousiast te maken voor je visie, zodat er voldoende draagvlak ontstaat om een kennisprogramma uit te voeren. Ons werk is immers niet alleen van belang voor de BV Nederland en commerciële bedrijven. Het raakt de gehele samenleving.”

ICT-Gemak: abonnement op de toekomst

Er werden even wat wenkbrauwen opgetrokken toen Unica afgelopen juni de boedel van AAC Cosmos overnam. Wat moet een installateur van gebouwgebonden installaties met een ICT-bedrijf? Nadere beschouwing leert dat het bedrijf de komende jaren gewoon zijn ambities gaat realiseren met onder meer het concept ICT-Gemak.

ICT groeit onvermijdelijk uit tot de vierde nutsvoorziening, zo is de stellige overtuiging van Unica. Net als gas, water en licht zullen bedrijven en organisaties in de nabije toekomst ICT kant-en-klaar gaan afnemen. “Ik verwacht dat er op termijn nauwelijks nog organisaties zijn die zelf een eigen server draaien”, vertelt directeur Peter van Wingerden van Unica AAC Cosmos. “Waarom zou een ondernemer of bestuurder nog investeren in dure apparatuur en IT’ers als hij zijn personeel tegen abonnementstarief van een hoogwaardige werkplek kan voorzien? Zeker in economisch onzekere tijden biedt een dergelijke vorm van ICT veel flexibiliteit. Je huurt functionaliteit voor een aantal werkplekken in, die je gemakkelijk op of neer kunt schalen, zonder dat je deze capaciteit ruim van tevoren budgettair moet inplannen.”

 

ICT-Gemak

Om in deze nutsbehoefte te voorzien, heeft Unica AAC Cosmos ICT-Gemak ontwikkeld. Dit concept biedt een volledig geautomatiseerde werkplek die helemaal is toegespitst op de wensen van de hedendaagse gebruiker. “De moderne informatiewerker staat in onze dienstverlening centraal”, verklaart Van Wingerden. “Met ICT-Gemak kan hij efficiënt en effectief zijn taken uitvoeren, wanneer en waar hij maar wil. En niet te vergeten: met veel plezier, want de gebruiker kan werken met de apparatuur van zijn voorkeur. Ondernemers hoeven hun personeel dan ook niet langer in een keurslijf te wringen als het gaat om het juiste merk notebook of smartphone.” Het nieuwe werken mag dan voor het personeel relatief eenvoudig zijn; het gebruikersgemak vormt een complexe uitdaging voor de specialisten van Unica AAC Cosmos.

 

Op maat gemaakt

“Naast de veelgebruikte applicaties van Microsoft Office integreren we ook bedrijfsspecifieke software op het gebied van bijvoorbeeld CRM of ERP in ICT-Gemak”, licht Van Wingerden toe. “Bovendien verdiepen we ons in de bedrijfsprocessen van een opdrachtgever, zodat we op ieder niveau van diens organisatie kunnen bepalen wie over welke informatie moet beschikken. Omdat we voor ICT-Gemak nu zelf de gehele infrastructuur ontwerpen, bouwen en beheren, vinden we het niet meer dan logisch om ook de verantwoordelijkheid voor reparaties op ons te nemen. We repareren door ons beschikbaar gestelde gebruikersapparaten gegarandeerd binnen een termijn die korter is dan gebruikelijk in de markt.”

 

Synergie tussen specialisten

Sinds juni van dit jaar maakt Unica AAC Cosmos deel uit van de Unica Installatiegroep, een allround dienstverlener op het gebied van gebouwgebonden installaties. “Voordat we AAC Cosmos aankochten, legden we ons al met succes toe op de achterkant van de IT”, vertelt algemeen directeur Rik Dikken. “We bouwen bijvoorbeeld datacenters en voorzien in netwerken en industriële automatisering. Dankzij de overname kunnen we het kernproces van onze klanten nu volledig ondersteunen, tot voice en video aan toe.” Ook al functioneren de verschillende werkmaatschappijen binnen Unica grotendeels autonoom, toch ziet Dikken een goede synergie met de mensen van AAC Cosmos ontstaan. “Hun klantportfolio overlapt voor een groot deel die van ons”, noemt hij als een van de redenen. “We kennen elkaars markt en de specifieke uitdagingen die spelen bij middelgrote organisaties met vijftig tot vijfhonderd werkplekken in sectoren als de zorg, het onderwijs en de zakelijke dienstverlening. Door het samenkomen van die verschillende werkmaatschappijen hebben we wederzijds onze competenties verbreed en verdiept. Alle kennis op het gebied van servermanagement, netwerken, gebruikers en telefonie kunnen we nu uit één hand aanbieden.”

 

Stabiele organisatie

Ook Van Wingerden ervaart de voordelen van de overname. “Unica streeft er bijvoorbeeld naar om de meest duurzame installateur te zijn”, vertelt hij. “In lijn met dat beleid kunnen we onze klanten nu ook laten profiteren van hun expertise bij het zo energiezuinig mogelijk inrichten van datacenters. Tevens vind ik het een groot pluspunt dat AAC Cosmos nu is ingebed in de stabiele organisatie van Unica. Dit bedrijf kan bogen op vijfenzeventig jaar aan bestuurservaring. Het beleid is sterk gericht op het bestendigen van resultaat op de lange termijn. Kom daar maar eens om bij een middelgroot ITbedrijf. Bovendien is Unica niet beursgenoteerd, wat het makkelijker maakt om te ondernemen. Die financiële stabiliteit vertaalt zich naar continuïteit in dienstverlening.” “Vergeet ook de rol van ons personeel niet”, voegt Dikken toe. “De sfeer in ons bedrijf is geweldig; dat straalt ook uit in onze service naar de klant. We zorgen bij Unica goed voor onze mensen, ook met het oog op de toekomst. Uiteraard investeren we in kennis en opleiding, maar we stimuleren werknemers tevens om ondernemend te durven zijn. Het wordt hier gewaardeerd als je zelf innovatieve ideeën aandraagt. Uiteindelijk draagt dit allemaal bij aan de kwaliteit van ons bedrijf. En als kwaliteit vooropstaat, komt groei vanzelf.”