Ons leven, maar ook ons werk wordt steeds meer gedigitaliseerd. Dit leidt tot een toenemende druk voor bedrijven om de consument én werknemer digitaal te faciliteren en blijvend aan zich te binden. “Gelukkig kunnen wij hen met deze complexe uitdagingen helpen”, zegt Marieke Snoep, directeur T-Mobile Zakelijk.
Als voorbeelden noemt ze het altijd en overal kunnen samenwerken in de cloud en het internet der dingen. “Om het maximale uit deze technologieën te halen, heeft T-Mobile het afgelopen jaar een hypermodern nieuw 4G-netwerk gebouwd. Een netwerk dat is uitgerust met de beste mobiele technologie die beschikbaar is op het gebied van bellen en dataverkeer. Een netwerk ook met veel datacapaciteit. Zo schept de combinatie tussen IT en optimaal mobiel werken unieke kansen voor bedrijven om groei en productiviteit te optimaliseren.”
Volgens Snoep werpt deze investering meteen zijn vruchten af. “We zien het gebruik van data door onze klanten op jaarbasis met zo’n 60% stijgen. In de toekomst vergen mens én technologie alleen maar meer van een mobiel netwerk. Denk aan slimme energienetwerken, smart cities en e-Health. Als samenleving verzamelen we steeds meer data die steeds beter aan elkaar verbonden kan worden. Bij voorkeur is die data altijd en overal toegankelijk. Juist daarom zie ik zo’n belangrijke toekomst weggelegd voor mobiel internet. Eind december 2015 woont 99% van de Nederlanders in een gebied waar T-Mobile een 4G-dekking heeft. Ons nieuwe netwerk geeft zakelijk Nederland echt veel meer. Meer masten, meer 4G, meer snelheid – kortom: meer voor de toekomst.”
Vodafone | Toekomstbestendig met Ready Business
Wil een bedrijf toekomstbestending zijn, dan moeten werknemers overal kunnen communiceren, ongeacht op welk apparaat of met welke verbinding. “Met Vodafone Unified Communications (UC) maken we dit mogelijk”, vertelt Alexander Saul, Directeur Zakelijke Markt Vodafone. “Hiermee bieden we organisaties één platform waarin hun vaste en mobiele telefonie geïntegreerd is, maar ook andere vormen van communicatie als e-mail en conferencing. Met UC zorgen we voor één gebruikerservaring, zodat communicatie makkelijk en snel verloopt.”
Volgens Saul draait het in 2016 niet langer om het verzamelen van data, maar om hoe we die gegevens intelligent gebruiken. “Big data bevat een gigantische hoeveelheid aan innovatieve businessmogelijkheden. Met de juiste technologie zijn deze kansen snel te ontsluiten, zodat bedrijven hun concurrenten op achterstand zetten. Vodafone heeft daar Ready Business voor: schaalbare en flexibele oplossingen die medewerkers verbinden en in staat stellen klantgericht te werken.”
Door 4G zal het dataverkeer exploderen. “In 2020 verwachten we op jaarbasis meer dan 1 exabyte te verwerken, in 2022 gaan we door de grens van 1 zettabyte”, zegt Saul. “Daarom investeren we continu in ons netwerk, ook op het gebied van veiligheid en privacy. Alleen zo slagen we erin marktleider te blijven in het grootzakelijk segment en een klant als de overheid aan ons te binden. Recentelijk werd ons netwerk nog tot het beste van Nederland verkozen, een bewijs dat Vodafone echt toegevoegde waarde levert. Ook in de toekomst willen we de business van onze klanten verrijken, zodat medewerkers én consumenten alle mogelijkheden uit hun netwerk halen.”
De zelfredzame professional
Nieuwe technologieën stellen het beheren van informatie danig op de proef. BCT heeft een vernieuwend businessplatform ontwikkeld om professionals in hun netwerk de mogelijkheid te geven data en informatie te vertalen naar kennis. “We laten professionals excelleren.”
Nieuwe technologieën als big data en social media brengen kansen, maar ook complexe uitdagingen met zich mee. Ze dwingen organisaties om hun visie en bedrijfsprocessen te herijken. Op het vlak van informatiemanagement valt bijvoorbeeld veel vooruitgang te boeken. “Als je kritisch kijkt naar de manier waarop professionals bij overheid en bedrijfsleven worden gefaciliteerd, dan komt een substantieel deel van hen niet voldoende toe aan hun primaire taak”, stelt commercieel directeur Dimitri Palmen van BCT. “Ze voegen te weinig waarde toe, omdat ze te veel tijd kwijt zijn aan zaken als ICT en administratie. Op termijn gaat dit ten koste van de concurrentiekracht en het bestaansrecht van een organisatie. De enige manier om in de toekomst mee te kunnen in de netwerkeconomie is het gericht automatiseren van deze processen, zodat organisaties meer grip hebben op informatiebeheer.”
Om de positie van organisaties in de netwerkeconomie te versterken, heeft BCT een nieuw businessplatform ontwikkeld. Dit businessplatform bestaat uit werkomgevingen die toegesneden zijn op specifieke gebruikersgroepen. Voor de zakelijke omgeving is er Elemenz eOffice, voor overheidsinstellingen Elemenz eGovernment. “Iedere professional logt binnen zijn eigen werkomgeving eenmalig in op het businessplatform”, vertelt Palmen. “Zo krijgt hij op het juiste moment de juiste informatie aangeboden. De gebruikservaring is uitstekend, mede omdat snelheid en gebruiksgemak zijn afgestemd op desktop, tablet én smartphone. Het unieke is dat alle werkomgevingen deel uitmaken van één platform. Hetzelfde brokje informatie is daarom beschikbaar voor alle professionals die het nodig hebben – hoe verschillend hun rollen ook zijn.”
Met het automatiseren van processen is een professional niet langer afhankelijk van anderen voor zijn functioneren. “Hij wordt zelfredzaam, zodat hij zich op zijn kerntaak kan focussen”, zegt Palmen. “Ons businessplatform houdt echter meer in dan alleen toegang hebben tot essentiële functionaliteiten. Het faciliteert de samenwerking met andere professionals in het netwerk en ondersteunt de verantwoording bij zaken als proces- en risicomanagement, maar ook bij wet- en regelgeving. Uiteindelijk werkt een zelfredzame professional met meer plezier – en is hij productiever.”
Een professional is productiever als hij zich op zijn kerntaken kan focussen
Met het businessplatform van BCT kunnen bedrijven en instellingen flink op hun overhead besparen. “Zaken als ICT, personeelszaken en financiën zijn in veel organisaties via een eigen afdeling ingericht”, vertelt Palmen. “Dat is niet efficiënt. Via onze werkomgevingen kunnen we deze secundaire functies automatiseren en faciliteren. Het businessplatform bevindt zich in de cloud; je hoeft er zelf geen hele infrastructuur voor op te tuigen. Ondersteunende zaken als salarisinformatie bieden we aan via een app. Soms zie je in organisaties dat er nog een hele laag bestaat om bepaalde zaken te coördineren. In de nieuwe netwerkeconomie is deze functie overbodig, omdat de focus naar directe samenwerking tussen professionals is verschoven.”
BCT heeft in zijn nieuwe pand, The Black Box genoemd, een ruimte ingericht waar organisaties en professionals zelf het nieuwe businessplatform kunnen ervaren. Volgens Palmen zijn de mogelijkheden van automatisering veel verder dan de meesten van ons weten. Het enige wat hun implementatie in de weg staat, is de mens. “Mensen zijn gewoontedieren; ze veranderen niet graag. Ik wil er dan ook een lans voor breken dat technologie bedrijven niet onder druk zet, maar juist een bijdrage levert aan hun bestaansrecht. Ook wij zien ons door de techniek steeds voor nieuwe uitdagingen gesteld. Toch zijn we er de afgelopen dertig jaar steeds in geslaagd om nieuwe technologieën te vertalen naar de behoefte van de markt. Dat is onze meerwaarde, onze kracht.”
BCT wil zijn informatiemanagement continu verbeteren. Klanten en partners spelen daarin volgens Palmen een cruciale rol. “Veel van onze producten zijn dankzij een intensieve samenwerking met hen tot stand gekomen. Ons nieuwe businessplatform komt dus niet zomaar uit de lucht vallen. Het is een voortzetting van eerdere oplossingen die we door de toepassing van moderne technologieën naar één platform evolueren. Onze huidige klanten hoeven geen compleet ander systeem aan te schaffen; ze zijn al een heel eind op weg naar ons nieuwe businessplatform. Nieuwe klanten gaan direct aan de slag op het nieuwe businessplatform. Door de professionals zelfredzaam te maken, verhogen ze het rendement van hun data, informatie en processen. Daarmee etaleren ze duidelijk hun meerwaarde binnen de netwerkeconomie. Nu en in de toekomst.”
Concurrerend met kennisBCT is een internationale leverancier van Enterprise Information Management (EIM). Met zijn software, diensten en gecommitteerde professionals optimaliseert BCT de kennisexploitatie binnen organisaties. “Informatie is de sleutel naar een succesvolle toekomst”, vertelt commercieel directeur Palmen.
Voor organisaties is professioneel informatiemanagement een steeds belangrijkere voorwaarde. Een organisatie die haar data en documenten niet op orde heeft, verliest aan onderscheidend vermogen en – uiteindelijk – haar bestaansrecht. “In veel organisaties functioneren de corebusiness en ICT als twee gescheiden werelden”, vertelt commercieel directeur Dimitri Palmen van BCT. “Hun knowhow en creativiteit komen daardoor onvoldoende uit de verf. Met onze dienstverlening sla je alsnog een brug tussen deze twee werelden. Zo benutten organisaties hun volledige potentieel aan kennis, zodat ze een concurrerende voorsprong creëren en behouden.”
Met meer dan tweehonderd gecommitteerde medewerkers zet BCT zich dagelijks in om ruim achthonderd organisaties te ondersteunen bij het managen van hun informatiestromen en bedrijfsprocessen. Het bedrijf kan daarbij terugvallen op bijna dertig jaar ervaring. “We zijn in 1985 gestart met het ontwikkelen van documentbeheer”, vertelt operationeel directeur Jos Bischoff. “Al snel hebben we onze dienstverlening uitgebreid naar een compleet productportfolio op het gebied van Enterprise Content Management (ECM). Met ons ECM krijgen bedrijven grip op hun processen door het organisatiebreed beheren van diverse vormen van content. Op verzoek van verschillende klanten zijn we er na enige tijd ook mee gestart om meer de kern van hun bedrijfsvoering te ondersteunen. Om dit proces verder te optimaliseren, hebben we – met als basis ons ECM – slimme Enterprise Information Management-(EIM)-oplossingen ontwikkeld.”
Volgens Bischoff heeft dit nieuwe EIM zich al in de praktijk bewezen. “Onze EIM-oplossingen garanderen de kwaliteit van gegevens, zodat organisaties voordeel uit hun datastromen halen. Door die gegevens vervolgens in de juiste context en op het juiste moment ter beschikking te stellen, creëren we relevante informatie voor onze opdrachtgevers. Zo ontstaat er kennis die organisaties kunnen gebruiken om een concurrerende voorsprong te creëren en te behouden. Organisaties kunnen deze kennis dan doelgericht inzetten om hun financiële, bestuurlijke, HR- en kwaliteitsprocessen optimaal in te richten. Door het beschikbaar en bruikbaar maken van informatie verhogen we het rendement van organisaties en ondersteunen we ook het risicomanagement en de klantgerichte werking.”
‘We verhogen het rendement van informatie binnen organisaties’
BCT wil over een paar jaar marktleider zijn in West-Europa met innovatieve EIM-oplossingen. Het bedrijf hanteert hiervoor een klant- en productgerichte strategie. “Onze klantgerichte benadering richt zich vooral op ICT-professionals”, vertelt Palmen. “Samen met deze specialisten implementeren we projecten binnen middelgrote en grote organisaties in verschillende branches, zoals gemeenten, woningcorporaties, regionale diensten, de zorg en het onderwijs. We beschikken over de knowhow om onze klanten te ondersteunen in het realiseren van hoge ambities. Onze op software gebaseerde diensten zijn branche-onafhankelijk: ze kunnen op iedere specifieke klantsituatie worden ingericht. We beperken ons hierbij niet tot Nederland, maar implementeren onze oplossingen ook in andere West-Europese landen, zoals België, Duitsland, Zwitserland en Zweden – in samenwerking met partners.”
De tweede strategie sluit aan bij de groeiende behoefte in de markt naar Software as a Service (SaaS). “Steeds meer bedrijven zien ervan af om zelf een compleet ICT-systeem op te zetten”, zegt Palmen. “Ze willen dat hun medewerkers een product zo snel en eenvoudig mogelijk kunnen gebruiken. De producten worden steeds minder vaak bij klanten geïnstalleerd, maar juist door ons via cloudcomputing aangeboden en beheerd. Ook binnen onze productgerichte benadering bieden we per branche verschillende opties aan. We kunnen die brede inzetbaarheid van ons productportfolio realiseren dankzij de kennis en ervaring die we bij klantgerichte projecten hebben opgedaan – en nog steeds opdoen.”
Volgens Bischoff worden organisaties door de continu veranderende markt steeds geconfronteerd met nieuwe uitdagingen. “De voortdurende technologische ontwikkelingen dwingen organisaties mee te gaan in het creëren van nieuwe mogelijkheden om hun dienstverlening aan te bieden”, zegt Bischoff. “Tegelijkertijd moeten ze daarbij scherp zijn op hun corebusiness, zodat ze onderscheidend blijven. Ook de wet- en regelgevers stellen voortdurend nieuwe eisen, zowel op nationaal als op Europees niveau. En dan is er nog de consument die steeds mondiger en veeleisender wordt.”
“Dit alles zet de concurrentiekracht van organisaties onder zware druk”, vult Palmen aan. “Het dwingt ze om zo prestatiegericht en efficiënt mogelijk te werken. Ketenintegratie en fusies zullen aan de orde van de dag zijn. Organisaties hebben daarbij behoefte aan betrouwbare kennispartners die hen helpen om hun doelstellingen te behalen. BCT kan deze organisaties ondersteunen bij zaken als het doorvoeren van kostenbesparende maatregelen en het voorkomen van financiële en aansprakelijkheidsrisico’s. Ook al is de toekomst nooit eenduidig: met onze dienstverlening kunnen organisaties deze met open vizier en vertrouwen tegemoet treden.”
Mobiliteit die bedrijven verder brengtAutoleasing een commodity? Alphabet autolease bewijst dat ontzorging, innovatie en duurzaamheid wel degelijk waarde aan mobiliteit toevoegen. Daarbij staat een transparante dienstverlening zeer hoog in het vaandel.
Autolease gaat nogal eens gepaard met onverwacht hoge nacalculaties. Dat het ook anders kan, bewijst Alphabet door als eerste leasemaatschappij in Nederland in te zetten op transparantie. “We willen klanten op voorhand een realistisch beeld van de total cost of ownership geven”, vertelt John A. Spies, de CEO van Alphabet Nederland. “Daarom hebben we bijvoorbeeld het Raster ingevoerd, een matrixcalculatie waarmee klanten in één oogopslag zien wat de financiële effecten zijn bij afwijkingen op het contractueel vastgelegde aantal kilometers.”
Alphabet nam daarnaast het brandstofverbruik, dat een significante bijdrage levert aan de kostprijs, kritisch onder de loep. Uit een onderzoek onder 34.000 eigen berijders bleek dat het werkelijke brandstofverbruik gemiddeld veel hoger ligt dan de onder optimale omstandigheden vastgestelde fabrieksnorm. “Voor sommige auto’s liep dit verschil zelfs op tot 43%”, vertelt Spies. “Naar aanleiding van dit onderzoek hebben we een nieuwe calculatiemethode ontwikkeld die wél een realistische calculatie oplevert. Met onze online EV-tool tackelen we een soortgelijk probleem. We constateerden dat veel semi-elektrische auto’s niet optimaal gebruikt worden. Als berijders bijvoorbeeld regelmatig de benzineaandrijving gebruiken, vallen de geraamde kosten wel vijf keer zo hoog uit. De EV-tool geeft een ondernemer snel duidelijkheid of het gezien zijn specifieke mobiliteitsbehoefte wel efficiënt is om semi-elektrisch te rijden.”
In navolging van Alphabet International, een dochter van de BMW Groep, heeft Alphabet Nederland recentelijk zijn missie aangescherpt. “We willen mobiliteit bieden die onze klanten verder brengt”, vertelt Spies. “Het woord mobiliteit is niet willekeurig gekozen. Mede door het nieuwe werken willen mensen vooral bewegingsvrijheid, zodat ze zich zorgeloos van A naar B kunnen verplaatsen wanneer het ze uitkomt. Of dat nu met een auto of een ander vervoermiddel is. Klanten verwachten dat we hierop inspelen en de regie nemen bij het vinden van efficiënte mobiliteitsoplossingen.”
In de strategie van Alphabet staat de klant zoals vanouds centraal. “Een berijder is geen nummerplaat, maar een persoon”, zegt Spies. “Iedereen in onze organisatie is ervan doordrongen dat berijders in de watten gelegd moeten worden. Juist door deze collectieve inspanning ervaren klanten onze dienstverlening als meer dan een commodity. Ook ons unieke onestopshop-dealermodel wordt als toegevoegde waarde gezien. Onze berijders kunnen immers bij één loket – de dealer – terecht voor zaken als onderhoud, schade, banden en ruitreparaties. We hebben met alle merkorganisaties stevige SLA’s gesloten waarin onze visie op ontzorging tot uiting komt. Als preferred supplier verwachten wij omgekeerd van dealers een hoge kwaliteit terug.”
‘Alphabet is verrassend voorspelbaar’
Alphabet mag zichzelf dan niet expliciet als duurzaam afficheren, het is wel de enige grote leasemaatschappij in Nederland die beschikt over een notering op de CO2-ladder en het ISO 14001-certificaat heeft, inclusief milieuparagraaf. Enige maanden geleden verwierf Alphabet bovendien de Gold Fleet-status in het Cleaner Car Contracts-project van de Stichting Natuur en Milieu. “Toen we het contract in 2010 tekenden, kende ons wagenpark nog een gemiddelde CO2-uitstoot van 183 gr/km”, vertelt Spies. “De doelstelling om dit in 2012 terug te brengen naar gemiddeld 120 gr/km hebben we ruimschoots gehaald – mede dankzij de bereidheid van onze klanten om hun wagenpark te vergroenen.”
Begin dit jaar tekende Alphabet een nieuw contract met Gold Fleet Status om de uitstoot verder te verlagen naar 113 gr/km in 2014. Elektrisch rijden speelt hierbij een belangrijke rol. “Bij iedere elektrische auto leveren we voortaan ook laadinfrastructuur”, vertelt Spies. “We zijn hiervoor een samenwerking met Eneco aangegaan, die een laadvoorziening bij de berijder thuis zal installeren. Via een speciale app krijgt de berijder online inzicht in het laadverbruik en de bijbehorende kosten. Bovendien garandeert Eneco dat de auto op Nederlandse windstroom rijdt.”
Trendwatchers voorspellen een toename van de zogenoemde deeleconomie, waarin niet bezit maar gebruik van een middel de norm is. Deze trend is bijvoorbeeld terug te zien in de groeiende populariteit van carsharing. “Sommige bedrijven zetten zelf al deelauto’s in, maar merken dat het beheer relatief veel energie vergt”, vertelt Spies. “Als alternatief hebben we eind vorig jaar AlphaCity geïntroduceerd. Deze vorm van carsharing is vooral interessant voor werknemers die geen eigen leaseauto hebben, maar wel zakelijke ritten moeten maken. Eventueel kan een werkgever de AlphaCity-auto als extra secundaire arbeidsvoorwaarde ook inzetten voor privégebruik.”
De AlphaCity-auto’s zijn premiummodellen van het moederbedrijf van Alphabet. Volgens Spies zijn ze speciaal ontworpen voor carsharing. “De genen van deze deelauto’s bevatten de nieuwste technologieën. Daarmee kunnen geautoriseerde berijders de deelauto’s gemakkelijk online reserveren en via een volledig geborgd procedé gebruiken. Wagenparkbeheerders hoeven de deelauto’s in principe alleen maar te monitoren, want we kunnen desgewenst de gehele handling op efficiënte wijze voor onze rekening nemen, inclusief schoonmaak en onderhoud. Met deze synergie tussen innovatie en ontzorging illustreert AlphaCity eens te meer hoe verrassend voorspelbaar Alphabet is.”
bekijk hier het artikel in pdf
Goed gefinancierd de crisis doorWerkkapitaal lastig te financieren? Niet wat ABN AMRO Commercial Finance (ACF) betreft. Met maatwerkoplossingen creëert ACF de financiële ruimte die ondernemers juist nu zo hard nodig hebben. “Onze dienstverlening blijkt uiterst crisisbestendig”, zegt CEO Luuc Mannaerts.
Commercial finance is allang geen nichebusiness meer. Steeds meer ondernemers ontdekken de voordelen van het vrijmaken van werkkapitaal uit hun vlottende activa. Vorig jaar nam de vraag naar deze dienstverlening met maar liefst twintig procent toe, zowel nationaal als internationaal. “Factoring blijkt uiterst crisisbestendig”, vertelt Luuc Mannaerts, CEO van ABN AMRO Commercial Finance Holding (ACF). “Het is een unieke vorm van werkkapitaalfinanciering met beperkt risico, omdat er een tastbaar onderpand is: een debiteurenvordering of een voorraad. Met de strengere regelgeving van BASEL III is commercial finance plots een strategische manier van financieren geworden.”
Maakte voorheen vooral het mkb gebruik van factoring, tegenwoordig zetten ook grote bedrijven dit instrument in. “De lat voor onze dienstverlening is veel hoger komen te liggen”, zegt Peter de Koning, algemeen directeur ABN AMRO Commercial Finance Nederland. “Bij commercial finance kijken we niet zozeer in de achteruitkijkspiegel om te zien hoe een onderneming gepresteerd heeft, maar naar de huidige bedrijfsprocessen en de mogelijkheden in de toekomst. Dat beoordelingstraject is bij grote bedrijven veel ingewikkelder dan in het mkb. ACF beschikt over meer dan 45 jaar ervaring om die grote ondernemingen maatwerk te leveren. Een expertise die we nu combineren met de financiële sectorkennis van ABN AMRO.”
De debiteurenadministratie vormt de basis voor financiering en aanvullende diensten als creditmanagement en insolventierisicodekking. Maar ACF maakt ook werkkapitaal vrij uit voorraden. “We investeren continu in onze dienstverlening”, vertelt Luuc. “Behalve dat we momenteel de digitale mogelijkheden van onze voorraadfinanciering doorontwikkelen, verkennen we voor verschillende landen in West-Europa de financieringsmogelijkheden van andere assets, zoals een fabriekslijn of onroerend goed. Met dit soort innovatieve oplossingen willen we nog meer mogelijkheden voor ondernemers creëren.”
Waar factoring ooit een arbeidsintensief proces was, is deze dienstverlening nu grotendeels geautomatiseerd. Daardoor verloopt het financieringsproces veel efficiënter, sneller en duurzamer. Een ondernemer heeft tegenwoordig eigenlijk nauwelijks meer omkijken naar factoring, zegt Peter. “Met onze oplossing vindt een digitale koppeling plaats tussen het boekhoudpakket van onze klant en onze systemen, zodat we automatisch de data voor ons debiteuren- en voorraadbeheer ontvangen. Zo zijn we in staat de uitstaande vorderingen en voorraad continu te monitoren en onze klanten snel van up-to-date informatie te voorzien. Fluctuaties leiden tot aanpassing van de kredietruimte, zodat bijvoorbeeld een seizoenspiek niet tot financiële beperkingen leidt. Zeker in het huidige turbulente economische klimaat biedt onze dynamische financiering een groot strategisch voordeel.”
‘Ons succes komt voort uit het succes van onze klanten’
ACF levert meer dan maatwerkfinanciering. De financieel dienstverlener mobiliseert zijn expertise ook om het risicomanagement van ondernemers te versterken. “We signaleren bepaalde trends eerder dan de klant”, aldus Peter. “Zo kunnen we hen in een vroeg stadium informeren als bijvoorbeeld de kredietwaardigheid van een debiteur naar beneden wordt bijgesteld. Het is dan natuurlijk aan de ondernemer om wel of niet een koerswijziging in te stellen. Risico’s zijn immers inherent aan ondernemen. Maar wat een klant ook doet, hij weet in ieder geval waar de klippen liggen. Dat is zeker ook in ons belang. Ons succes komt voort uit het succes van onze klanten. Als zij groeien, groeien wij met hen mee.”
Volgens Luuc vereist deze betrokkenheid een actieve dialoog met de klant over diens business. “We vragen relatief veel inzicht in de bedrijfsvoering. En met een goede reden: openheid stelt ons in staat de juiste inschattingen te maken. Dit kan soms best overweldigend zijn. Zeker sinds de crisis krijgen ondernemers veel prikkels om voorzichtig te zijn met het geven van informatie aan de buitenwereld. En dat terwijl een dialoog nu juist de oplossing is om uit de economische malaise te komen. Het draait allemaal om vertrouwen. Daarom trainen we onze professionals ook in het voeren van een goede dialoog. Een ondernemer moet zich comfortabel bij ons voelen. Onze klantgerichte aanpak betaalt zich duidelijk terug: we hebben nauwelijks verloop aan klanten.”
ACF onderscheidt zich in de markt door tot negentig procent op debiteurenvorderingen te financieren. Het insolventierisico kan onder voorwaarden zelfs volledig afgedekt worden. Met vestigingen in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Engeland behoort ACF tot de top van factoringbedrijven in West-Europa. “In deze landen kennen we de wetgeving en zakelijke mores tot in detail”, vertelt Luuc. “Intern hebben we die expertise goed georganiseerd, zodat we ondernemers optimaal kunnen ondersteunen. Binnenkort zal ACF in deze vier landen over een uniform productaanbod beschikken – uiteraard met lokale nuances. Zo komen we weer een stap dichter bij ons uiteindelijke doel: een onestopshop worden voor werkkapitaalfinanciering in West-Europa.”
Leasen moet transparant zijnAlphabet wil de markt graag verrassen. Maar dan wel met innovatieve producten en niet met ingewikkelde nacalculaties. “Ondernemers weten bij ons precies waar ze aan toe zijn”, vertelt Anne Brons, Director Marketing & Business Development. “Begin dit jaar hebben we onze algemene voorwaarden aangepast. De tekst werd korter en toegankelijker geformuleerd, maar ook de procedures zelf werden vereenvoudigd. Klanten lezen dan toch eerder de voorwaarden helemaal door, zodat ze achteraf niet voor verrassingen komen te staan.” Daarnaast voerde Alphabet het Raster in, een matrixcalculatie waarmee de klant op voorhand ziet wat het financiële effect is als er meer of minder kilometers worden gereden dan ingecalculeerd. “We gaan erg ver om inzicht in de mogelijke kosten te geven”, vertelt Brons. “Neem nu de aanpassing van de bijtellingsregels en de houderschapsbelasting per 1 juli aanstaande. We hebben de effecten hiervan begin dit jaar al doorgerekend in onze offertes. Afhankelijk van het type auto kan het de komende jaren om een prijswijziging tot pakweg honderd euro per maand gaan. We zijn daarmee de enige leasemaatschappij die toekomstige kosten op voorhand communiceert. Dat maakt Alphabet verrassend voorspelbaar.”
Alphabet is een dochtermaatschappij van BMW AG. Het leasebedrijf zit dicht op ontwikkelingen binnen de auto-industrie, zodat het nieuwe technologie snel vertaalt naar innovatieve concepten. In het najaar introduceert Alphabet carsharing onder de naam AlphaCity. “We zien een toenemende behoefte bij werkgevers om flexibel auto’s in hun wagenpark op te nemen”, vertelt Brons. “Sommige bedrijven zetten zelf al deelauto’s in, maar merken dat het beheer relatief veel tijd vraagt. Ons concept maakt carsharing juist heel efficiënt: wij nemen alle handling voor onze rekening. Dankzij de slimme technologie achter AlphaCity kunnen wagenparkbeheerders de AlphaCity-auto’s gemakkelijk monitoren. Data worden automatisch op een server geregistreerd en zijn overzichtelijk online te raadplegen. Bovendien is de hele procedure geborgd. Berijders boeken via hun unieke code online een AlphaCity-auto die ze met een speciale chip openen, starten en afsluiten. Een sleutel komt er niet meer aan te pas.”
AlphaCity biedt ook berijders een goedkoper alternatief voor een vaste leaseauto. Zeker nu sommigen hun vervoer steeds vaker met een mobiliteitsbudget willen regelen. “Het lukt nog niet veel bedrijven om dit budget succesvol te implementeren”, zegt Brons. “Kostentechnisch is het voor een werknemer lastig om naast een vaste leaseauto nog andere vervoersmodaliteiten te kiezen. Bij carsharing betaalt een berijder echter alleen voor de dagen dat hij daadwerkelijk in een auto rijdt. AlphaCity creëert voor werknemers de financiële ruimte om ook eens het openbaar vervoer te nemen.”
Fleet Agent is een onlineapplicatie die wagenparkbeheerders in staat stelt hun vloot efficiënt te beheren. Via het Fleet Agent Dashboard kunnen ze bijvoorbeeld de besparing uitrekenen als berijders niet meer langs de snelweg tanken: deze besparing bedraagt voor een grote onderneming al snel duizenden euro’s op jaarbasis. Theorie is één ding, gedragsverandering daadwerkelijk realiseren is echter een tweede. Daarom heeft Alphabet de Fleet Agent Ranking ontwikkeld, een loyaliteitsprogramma waarmee werkgevers hun berijders kunnen stimuleren om gunstiger te rijden. “Deze tool stelt een competitie van berijders samen door diverse exploitatiegegevens van hun leaseauto te combineren”, zegt Brons. “De ranglijst is eenvoudig op maat in te stellen. Een werkgever die bijvoorbeeld zuinig rijden belangrijk vindt, laat het verbruik als zwaarste factor in de score meewegen. Ook medewerkers kunnen inloggen, en hun ranking zien. Het is de bedoeling dat ze enthousiast raken en hun rijgedrag verbeteren om op de ranglijst te stijgen. Voorwaarde voor de gedragsverandering is dan wel dat werkgevers periodiek een beloning uitreiken aan degene die de competitie gewonnen heeft. Uiteraard bepaalt de werkgever zelf wat hij daarvoor ter beschikking stelt.”
Alphabet is een van de bedrijven die het Cleaner Car Contract heeft ondertekend, een initiatief van Stichting Natuur en Milieu. Het leasebedrijf sprak daarbij de ambitie uit om in 2012 een gemiddelde uitstoot van 120 gram CO2 bij nieuwe contracten te realiseren. “Het ziet ernaar uit dat we dit doel halen”, vertelt Brons. “Elektrisch rijden speelt hier straks een belangrijke rol bij. We hebben een productmanager e-mobility aangesteld. Als specialist faciliteert hij de elektrische mobiliteit voor onze klanten. Dit begint met het schetsen van een realistisch beeld van elektrisch rijden. Er zijn nu eenmaal verschillen tussen theorie en praktijk, bijvoorbeeld op het gebied van laadtijd en actieradius. Via onze nieuwe online EV-tool kunnen geïnteresseerden zien welke typen elektrische auto’s leverbaar zijn en wat hun specificaties en kosten bij gebruik zijn.”
Gevraagd naar praktische toepassingsmogelijkheden van elektrische auto’s, noemt Brons AlphaCity. “Sommige AlphaCity-auto’s maken relatief weinig kilometers, zeker als berijders er niet mee de stad uit hoeven. Dan kan een ondernemer een gefundeerde keuze maken om deze wagens te vervangen door elektrische auto’s. Zo snijdt het mes aan twee kanten: de elektrische auto is fiscaal interessanter en levert een wezenlijke bijdrage aan het beperken van de CO2-uitstoot van het wagenpark.”
‘Leasen moet gewoon een abc’tje zijn’‘Alphabet is verrassend voorspelbaar’
Het was al in verschillende media aangekondigd, maar sinds eind vorig jaar is het definitief: ING Car Lease gaat verder onder de naam van Alphabet. “We hebben onze nieuwe naam direct gekoppeld aan een vernieuwde benadering van ons leaseproduct”, vertelt Spies. “Het alfabet begint met abc en eindigt op xyz. Het alfabet is bij iedereen bekend en is – hoewel een beetje saai – juist heel erg voorspelbaar. En dat heeft alles te maken met hoe je bij ons een auto leaset. Als je begint, weet je wat erna komt en zelfs hoe het eindigt. Sinds kort bieden we bijvoorbeeld het Raster aan, een product waarmee je in één oogopslag kunt zien wat de kilometergerelateerde tarieven zijn. Zo wordt leasen een abc’tje: eenvoudig en eerlijk. Aan verrassingen in de vorm van ondoorzichtige nacalculaties doen we dus niet.”
Deze innovatie komt niet zomaar uit de lucht vallen. Alphabet liet de afgelopen jaren een onafhankelijk bureau uitgebreid onderzoek verrichten naar de leasemarkt. Daaruit bleek dat vooral managers en berijders in het mkb met argusogen naar leasemaatschappijen kijken. “Leaseproducten zijn te diffuus geworden”, vertelt Spies. “Het komt regelmatig voor dat de afgesproken leaseprijs tijdens de contractduur gaat fluctueren. Er wordt echter weinig inzicht gegeven in welke componenten nu precies aangepast zijn; laat staan of de tariefwijziging wel billijk is. Wij slaan daarom een andere weg in.”
Alphabet levert geen half werk. Binnen de organisatie is men fel op heldere communicatie naar de klant én elkaar. “Transparantie begint met een feilloze productkennis”, aldus Spies. “Of je nu in de backoffice werkt of bij sales: je moet weten waar je over praat als je iets duidelijk wilt maken. We hebben onlangs nog onze algemene voorwaarden herschreven op helderheid. Ook hebben we een transparantiescan ingevoerd: voordat documenten de deur uitgaan, worden ze intern eerst kritisch op duidelijkheid getoetst.”
Alphabet is een dochteronderneming van BMW AG uit München. De leasemaatschappij zit daardoor dicht bij het vuur als het gaat om innovaties in de auto-industrie. “Meer dan voorheen zijn we in de gelegenheid om in een vroeg stadium mee te denken over mobiliteitsoplossingen”, vertelt Spies. “Onze vestiging in München heeft bijvoorbeeld een proef lopen onder de naam AlphaCity. Berijders kunnen met een speciale pas over een auto beschikken. Na gebruik kunnen ze de auto parkeren op verschillende plaatsen in de stad. Berijders beschikken zo flexibel over een auto zonder aanschafprijs of vaste kosten: ze betalen alleen een bedrag per gereden kilometer.”
Om als eerste innovatieve concepten op de Nederlandse leasemarkt te brengen, volgt Alphabet de arbeidsmarkt op de voet. “Het nieuwe werken, flexibilisering van arbeid, persoonsgebonden budgetten: ze beïnvloeden de manier waarop wij onze producten ontwikkelen”, zegt Spies. “Een berijder die een dag thuis werkt, gebruikt zijn leaseauto niet. Op dit soort veranderingen willen we in de nabije toekomst inspelen met nieuwe concepten. We denken daarbij ook aan alternatieven voor de auto. Tot op heden is het echter niet mogelijk om met één enkele kaart de mogelijkheden van een auto, fiets, bus of trein optimaal te combineren. Ook in het buitenland is daar nog geen enkele organisatie in geslaagd. En als je met de CEO’s van grote bedrijven praat over mobiliteit in de toekomst, zeggen ze bijna eensgezind dat de auto over vijf jaar nog steeds bepalend is om ons van deur tot deur te vervoeren.”
Vóór de fusie was Alphabet met drieduizend auto’s een relatief kleine speler op de Nederlandse markt. Nu is het een van de grootste leasemaatschappijen in ons land. Spies: “In Duitsland beschikte Alphabet al over een groot marktaandeel, maar was de fusiepartner nauwelijks vertegenwoordigd. En dat terwijl Duitsland toch een van de belangrijkste handelspartners van Nederland is. Dankzij de fusie vormen we nu één sterk bedrijf in alle vijftien Europese landen waar we vertegenwoordigd zijn, zodat we onze klanten nog beter vanuit een pan-Europese achtergrond kunnen bedienen.”
De moedermaatschappij van Alphabet mag dan een autofabrikant zijn; de leasemaatschappij blijft merkonafhankelijk opereren. “We voeren gewoon alle automerken, van a tot z”, benadrukt Spies. “De naam Alphabet stond vanaf de oprichting van het bedrijf al symbool voor deze universele gedachte. Bij onze voormalige aandeelhouder voerden wij hetzelfde beleid. De fusie verandert helemaal niets aan deze filosofie: we zetten ons nog steeds in om voor iedere individuele klant de beste oplossing te bieden, ongeacht het automerk. Ook op het gebied van duurzaamheid nemen we onze verantwoordelijkheid. Nog steeds beschikken we als enige grote leasemaatschappij over een notering op de CO2-ladder en het ISO 14001-certificaat, inclusief milieuparagraaf. Die koppositie willen we bij Alphabet graag consolideren.”
Een nieuw elan, van a tot zPer 1 oktober 2011 is het voormalige ING Car Lease overgenomen door Alphabet, de universele leasedivisie van de BMW Groep. De fusiemaatschappijen zullen vanaf 2012 verder gaan onder de naam Alphabet, waarbij de kwaliteiten van het voormalige ING Car Lease en Alphabet samenkomen in één nieuwe organisatie. “We blijven bijvoorbeeld een merkonafhankelijke leasemaatschappij”, benadrukt John Spies, de toekomstige CEO Alphabet Nederland. “Na de fusie zullen we voortborduren op de solide reputatie die we inmiddels hebben opgebouwd door onze beloftes waar te maken. We slaan nieuwe paden in, zodat leasen eenvoudiger en transparanter wordt. En vanzelfsprekend blijft de klant daarbij centraal staan: als persoon en niet als nummerplaat.”
Het voormalige ING Car Lease beschikte als enige grote leasemaatschappij over een notering op de CO2-ladder en het ISO 14001-certificaat, inclusief milieuparagraaf. Die koppositie op het gebied van duurzaam ondernemen wil Spies graag consolideren, vertelt hij. “Ik zie dat als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Natuurlijk voeren we een product dat geassocieerd wordt met vervuiling, maar auto’s behoren nu eenmaal tot de kern van mobiliteit. Dus kun je een wagenpark dan maar beter zo milieuvriendelijk mogelijk maken. Dat beleid wordt vanuit onze nieuwe moedermaatschappij alleen maar verder gestimuleerd.”
De afgelopen maanden is er al hard gewerkt om de twee partijen samen te smeden tot één leasemaatschappij. “Nu het beste van twee werelden is verenigd, zijn we erg compleet geworden”, zegt Spies. “Aan de ene kant vullen we elkaar perfect aan. Vanuit Alphabet komt bijvoorbeeld vooral knowhow op automotive gebied, waar het voormalige ING Car Lease daarnaast juist veel organisatorische en financiële leasekennis inbrengt. Aan de andere kant hebben we dezelfde speerpunten in onze strategie, zoals duurzaam ondernemen en het voeren van een universeel, dus merkonafhankelijk aanbod van leaseauto’s. Dat maakt de integratie van onze organisaties een stuk eenvoudiger.”
Met een aandeelhouder die een premiumspeler op de automarkt is, verschijnt er voor Spies een heel nieuwe leasehorizon. “We kunnen op een hoger niveau in de auto-industrie meedenken over vernieuwende mobiliteitsoplossingen”, vertelt hij. “Vanuit de moedermaatschappij wordt daar al heel veel energie in gestoken. Zo loopt er een carsharingproject waarbij je met een creditcard een auto opent, start en weer afsluit. Deze auto is dan niet in bezit van één enkele berijder, maar wordt heel flexibel ingezet bij parkings van vliegvelden, spoorwegstations of gewoon in de stad. Voor ons betekent de overname dat we veel directer bij dit soort innovatieve trajecten betrokken worden, zodat we onze klanten de meest flexibele oplossingen kunnen bieden die nodig zijn om hen snel en comfortabel van a naar b te brengen met verschillende vormen van vervoer.”
‘We blijven een merkonafhankelijke leasemaatschappij’
De leasewereld is vooral een mannencultuur. Toch werken bij het voormalige ING Car Lease relatief veel vrouwen; ze vertegenwoordigen 44% van de organisatie. Op de divisie Sales, de grootste binnen de leasemaatschappij, zijn ze met 55% zelfs in de meerderheid. “Vrouwen spelen een belangrijke rol in onze dienstverlening”, vertelt Spies. “We willen berijders vlot, maar ook vriendelijk en gemoedelijk te woord staan. In de ogen van een man voldoet een vrouwenstem over het algemeen beter aan deze voorwaarden dan een – doorgaans – platte mannenstem. En laat er nu in ruim 70% van onze auto’s een man achter het stuur zitten …”
De andere kant van deze medaille is dat het voormalige ING Car Lease met enige regelmaat te maken krijgt met zwangerschapsverlof. Geen probleem, zegt Spies. “We maken er goede afspraken over, die voor beide partijen werken. Veruit de meeste vrouwen keren na hun verlof dan ook weer terug in de organisatie. Ze ervaren hun werk als prettig, maar ook de organisatie. Hun baan levert hen een uitdagende en leerzame omgeving op, waarin hard werken en een goede sfeer moeiteloos gecombineerd worden. Dat zal straks bij Alphabet niet anders zijn.”
Alphabet heeft een stevige positie op de Duitse markt. Ook Europees is de leasemaatschappij actief, al was de marktdekking in ons land klein. Het voormalige ING Car Lease bevond zich vóór de overname juist in een tegenovergestelde positie: groot in Nederland, niet in Duitsland. Door de overname is Alphabet in één klap de vijfde partij op de Europese leasemarkt geworden. Binnen enkele jaren wil de nieuwe organisatie doorgroeien naar de tweede Europese plaats. Spies: “De nieuwe aandeelhouder deelt onze ambities en kent onze markt als geen ander. Dit geeft ons in de toekomst veel meer mogelijkheden. We voelen ons dan ook erg thuis in deze nieuwe omgeving.”
Een nieuw tijdperk in consultancyNu steeds meer bedrijven en overheden hun allround consultants buiten de deur zetten, staat de traditionele ICT-consultancy sterk onder druk. “Consultancy is echt een nieuw tijdperk ingegaan”, vertelt Arnold Kamminga, CEO van QNH. “Opdrachtgevers zitten te springen om innovatie en visie. Als consultancybureau ben je tegenwoordig geen leverancier meer van een bulk dure ICT’ers, maar moet je op kunnen treden als trusted advisor. Bij QNH vullen we die rol in vanuit de propositie dat integrated business de prestaties van een onderneming verbetert. Als we bijvoorbeeld zien dat een nieuwe mobiele app de dienstverlening van een klant of prospect zou verrijken, vertalen we die visie naar een overtuigende businesscase. Dat is echt maatwerk: per organisatie zal het plaatje er anders uitzien, omdat die app in samenhang met hun eigen systeem moet worden geïntegreerd. Maar de uiteindelijke meerwaarde is voor iedereen duidelijk: een goed onderbouwde kostenreductie of omzetverbetering. Uit de cijfers blijkt dat onze aanpak ook in de markt erkenning oplevert, want ondanks de economische onrust groeit onze omzet dit jaar met zo’n vijftien procent. In 2012 willen we dit resultaat minimaal evenaren.”
QNH is marktleider op het gebied van businessintegration. “Onze ervaring leert dat de meest succesvolle organisaties bij ieder proces alle onderdelen van de bedrijfsvoering op elkaar afstemmen”, vertelt Kamminga. “Om die samenhang te creëren, bieden we met onze businessintegration een unieke combinatie van drie thema’s. Het vlaggenschip wordt gevormd door Information Management, een thema dat hoog op de agenda van bestuurders staat en in grote lijnen overeenkomt met businessintelligence. Op basis van de bedrijfsdoelen nemen we dan de gehele informatievoorziening binnen een bedrijf onder handen. De medewerkers van een organisatie staan in onze visie centraal: zij vormen het verbindende element bij het sturen op strategie, op informatie en op processen.”
Het tweede thema betreft ICT Architectures. “Een concurrerende onderneming heeft meer nodig dan alleen een solide basisinfrastructuur”, vertelt Kamminga. “Daarom focussen we ons ook op een open architectuur, zodat nieuwe technologie snel geadopteerd kan worden in concepten als cloudcomputing. En met het laatste thema Customer Interaction spelen we in op de dynamiek van het mondige en mobiele klantgedrag. We zijn bedreven in het optimaliseren en verrijken van de klantrelatie en klantinteractie. Nieuwe technologie als social media weten we op een frisse, maar effectieve manier toe te passen.”
QNH bestaat uit ongeveer vijfhonderd professionals. Het bedrijf beschikt over dertien relatief zelfstandige businessunits om de dienstverlening voor deze drie thema’s in te vullen. Iedere unit is gespecialiseerd in een specifiek kennisdomein, zoals open source of Microsoft. Kamminga noemt die hoge mate van specialistische vakkennis een noodzakelijke voorwaarde om innovatief te blijven. Maar het is geen voldoende voorwaarde. “Wil een businesscase een rendement bieden dat investeringen echt de moeite waard maakt, dan zal een consultancybureau zich ook moeten kunnen inleven in zijn klanten”, zegt Kamminga. “Onze accountmanagers kennen de uitdagingen die spelen in de branche waarin ze opereren. Ze zijn continu in gesprek met organisaties en koppelen hun informatie terug naar de verschillende businessunits. Zo kunnen we na de lancering van een nieuw product gericht, maar ook snel een businesscase met meerwaarde presenteren. Soms zelfs zo snel, dat een klant van schrik eerst even op de rem trapt. En daarna alsnog meeschakelt.”
QNH is onderdeel van de QNH Group. Deze groep bestaat naast QNH nog uit twee andere werkmaatschappijen: Fastflex en Young Colfield. “Met Fastflex voorzien we in de groeiende behoefte aan specialistische sourcing”, vertelt Kamminga. “De vraag naar generalistische consultants mag dan inzakken, pure specialisten zijn ook op interimbasis nog altijd zeer gewenst. Met een database van ruim twaalfhonderd ICT-freelancers beschikt Fastflex over een gevarieerd en professioneel aanbod. Young Colfield is specialist in het doorontwikkelen van de talenten van hoogopgeleide starters. Ze worden verder opgeleid tot professionals op het gebied van service en dienstverlening, zodat ze daarna door kunnen stromen in de organisatie van een opdrachtgever.”
Ook Pecoma maakt deel uit van de QNH Group. Dit ICT-bedrijf, dat eind vorig jaar werd ingelijfd, zal echter per 1 januari 2012 verdergaan onder de naam van zusteronderneming QNH. “Die integratie is op een heel natuurlijke manier tot stand gekomen”, vertelt Kamminga. “Vanuit het management van enkele businessunits kwamen vragen naar boven om de specialistische kennis binnen Pecoma en QNH met elkaar te delen. Toen we ons in september realiseerden dat we dan eigenlijk het best onder één merk verder konden gaan, is alles in een stroomversnelling geraakt. De integratie heeft binnen de organisatie een behoorlijke synergie van kennis en kunde opgeleverd. Bovendien zal de samenwerking met de klant vanuit één merk nog soepeler gaan verlopen. QNH heeft volgend jaar over de gehele linie nog meer slagkracht.”
‘We zijn uitgegroeid tot een allround aannemer’Het Rasenberggevoel. Het heerst onder de werknemers, maar ook opdrachtgevers ervaren het in de vorm van pragmatische, innovatieve en kostenefficiënte oplossingen. “Rendement en groei gaan bij ons bedrijf hand in hand”, vertelt directeur Kees van Eijk.
Rasenberg is een aannemingsbedrijf dat zich focust op bouw, infrastructuur, milieu- en procestechnologie. De afgelopen vijf jaar verdubbelde de onderneming haar omzet tot ruim 160 miljoen euro, ondanks de crisis in de bouwwereld. Het tekent de kracht van dit in 1919 opgerichte familiebedrijf, dat door zijn pragmatische manier van werken is uitgegroeid tot een fullservice-aannemingsbedrijf. “We verrichten grote projecten als design- en constructwerk, maar staan ook voor opdrachtgevers klaar als het gaat om alledaagse onderhoudsklusjes”, vertelt Kees van Eijk, directeur van de divisies Infra & Milieu. “Deze veelzijdigheid zie je terug in onze klantportfolio. Behalve opdrachtgevers als de landelijke overheid, Rijkswaterstaat en multinationals, bevat deze ook zorgcentra en woningbouwstichtingen.”
Rasenberg bestaat uit een holdingmaatschappij, die is opgedeeld in de divisies Bouw, Infra, Milieu en Service. Iedere divisie is weer verder vertakt in een aantal specialistische werkmaatschappijen die zowel binnen als tussen de divisies samenwerken. Hierdoor is Rasenberg in staat om innovatief, creatief en flexibel in te spelen op de ontwikkelingen in de markt. “De divisie Bouw ontwikkelt bijvoorbeeld bedrijventerreinen, waar vaak ook milieutechnische en infrastructurele aspecten bij komen kijken. Als je de juiste specialismen allemaal in huis hebt, kun je een dergelijk traject volledig verzorgen. Van begin af aan is dan alles goed op elkaar afgestemd. En naar de opdrachtgever wordt er intern één aanspreekpunt aangesteld, zodat de communicatie kort, concreet en helder blijft”, aldus Adriaan van den Nieuwenhuijzen, directeur van de divisies Bouw & Service.
De werkmaatschappijen opereren in hoge mate zelfstandig. “Ze beschikken allemaal over een eigen bedrijfsmanager”, gaat Van den Nieuwenhuijzen verder. “Natuurlijk krijgt deze vanuit de holding bepaalde spelregels mee, maar die laten voldoende ruimte voor eigen initiatief en verantwoordelijkheid. Een bedrijfsmanager kan daardoor snel schakelen, zonder dat hij een verzoek langs een lange keten met verschillende tussenstations hoeft te laten gaan. Die vrijheid wordt gewaardeerd. We halen de laatste jaren veel ervaren mensen uit beursgenoteerde bedrijven binnen, die juist voor ons kiezen omdat ze hier hun ondernemerskwaliteiten kunnen ontplooien.”
Innovatie zit Rasenberg in de genen. Zo ontwikkelde het bedrijf recentelijk een inmiddels geoctrooieerde manier om asfalt volledig te recyclen. Momenteel lopen er zo’n twintig speur- en ontwikkelingstrajecten. “We houden regelmatig innovatiesessies waarbij managers, techneuten en mensen van de werkvloer met elkaar aan tafel zitten”, vertelt Van Eijk. “Zij bespreken waar het werk met nieuwe technieken sneller of slimmer gedaan kan worden. En natuurlijk schoner, want duurzaamheid staat bij ons hoog in het vaandel. Sinds dit jaar staan we dan ook op niveau vijf van de CO2-prestatieladder.”
Om de aansluiting met de markt optimaal te houden, investeerde Rasenberg de laatste jaren ook in een aantal nieuwe werkmaatschappijen. “Als een opdrachtgever opschaalt, kunnen we daar op een rendabele en verantwoorde manier in meegaan”, gaat Van Eijk verder. “We voorzagen bijvoorbeeld dat de overheid meer in zou gaan zetten op design- en constructtrajecten. Binnen de divisie Infra hebben we toen meteen een specialistische werkmaatschappij opgericht om op deze ontwikkeling in te spelen. Nu zijn we een van de weinige middelgrote aannemingsbedrijven in Nederland die voor dit soort grote opdrachten mee kan dingen. En met succes: we beschikken over aansprekende referenties van vorige projecten.”
‘We spelen innovatief, creatief en flexibel in op de ontwikkelingen in de markt’
Volgens Van Eijk is Rasenberg een bedrijf met een sterke ziel. “Je kunt echt spreken van het Rasenberggevoel”, vertelt hij. “Onze organisatie is plat, iedereen kent elkaar en de deur staat bij wijze van spreken altijd open. Daar verandert onze groei niets aan. We hebben nu ongeveer zeshonderd mensen in dienst. Verhoudingsgewijs zijn er vooral mensen bij engineering, calculatie en het management bij gekomen, zodat we integrale D&C-projecten volledig zelf kunnen realiseren. Opdrachtgevers willen toch graag ontzorgd worden.”
Om die managementfuncties in de organisatie beter te ontsluiten, is Rasenberg in 2009 samen met Avans+ de Rasenberg Academy gestart. “Technici beschikken vanuit hun opleiding meestal niet over voldoende managementvaardigheden”, vertelt Van den Nieuwenhuijzen. “Onze Academy biedt ze een praktijkgerichte scholing, waarbij aandacht wordt besteed aan vaardigheden als contractmanagement, risicomanagement en kwaliteitsmanagement. De cursisten groeien dan ook uit tot volwaardige managers die direct met de opgedane vaardigheden verder kunnen. Daarmee draagt de Academy natuurlijk ook bij aan onze eigen continuïteit en kwaliteit van dienstverlening.”
Op dit moment werkt Rasenberg hard aan de ontwikkeling van een nieuw, groter hoofdkantoor in Breda. “Door de groei van de afgelopen jaren kon een aantal werkmaatschappijen niet meer in het huidige hoofdkantoor worden ondergebracht”, verklaart Van Eijk. “Daardoor zitten we nu op zo’n tien verschillende locaties verspreid over de stad. We zullen een groot deel van die werkmaatschappijen straks huisvesten in het nieuwe hoofdkantoor, zodat er nog meer synergie binnen de organisatie ontstaat. Want we willen in de nabije toekomst een omzet van tweehonderd miljoen bereiken. Maar dan wel met een bijpassend rendement; anders heeft het geen zin.”
ICT-dienstverlener voorziet nu ook in detachering en wervingDoor samenwerking met Persity voorziet Ctac behalve in ICT-totaaloplossingen nu tevens in de detachering en werving van consultants – ook voor multinationals. “Met deze nieuwe detacheringstak groeien we met onze markt mee”, aldus CEO Henny Hilgerdenaar.
Streed Ctac in 2010 nog om een Computable Award voor het ICT-project van het jaar, dit jaar werd het bedrijf genomineerd in de categorie ICT-dienstverlener van het jaar. De jury prees daarbij vooral de pragmatische en resultaatgerichte aanpak van Ctac. “We leveren praktische oplossingen die snel tot een hoger rendement leiden”, vertelt Hilgerdenaar. “Daarvoor beschikken we over een breed scala aan mogelijkheden, van branchespecifieke templates en sectoronafhankelijke producten tot hoogwaardige diensten als hosting en beheer. We zijn bijvoorbeeld in staat om probleemloos BI-applicaties aan onze branchespecifieke templates te koppelen, als dat tenminste de beste oplossing is om de slagvaardigheid, flexibiliteit en innovatiekracht van een opdrachtgever te verbeteren.”
Om concurrentievoordeel aan ondernemingen te blijven bieden, moet Ctac volgens Hilgerdenaar wel met zijn markt meegroeien. “We zien dat steeds meer bedrijven al een heel implementatietraject achter de rug hebben. Ze krijgen dan ook meer behoefte aan gespecialiseerde kennis op allerlei specifieke deelgebieden. Als ICT-dienstverlener praat je dan eerder over detachering dan over projecten. Om die markt optimaal te bedienen, hebben we samen met Persity twee joint ventures opgericht: Persity Resourcing en Persity Search.”
Persity Resourcing richt zich op het detacheren van SAP-consultants. De joint venture kent een tevreden opdrachtgever in Applied Materials, een van ’s werelds grootste producenten van machines om microchips, flatscreens en zonnepanelen te maken. “Als ik specialisten voor een project in Europa zoek, wil ik snel resultaat boeken”, vertelt Peter van Opdorp(ontbreekt op foto), Manager Global SAP Competence Center – Sales & Service. “Van een recruiter ontvang ik daarom het liefst een of hooguit twee cv’s, die meteen raak zijn. Persity heeft bewezen dat het met zijn uitgebreide netwerk zelfs in kleine vijvers goed kan vissen naar consultants die mijn verwachtingen vaak zelfs overtreffen.”
Een van de door Persity gedetacheerde consultants bij Applied Materials komt van Ctac. “Dit bedrijf zou normaal gesproken niet in mijn vizier zijn gekomen”, zegt Van Opdorp. “Omgekeerd zou het voorheen voor Ctac ook niet interessant zijn geweest om hier een specialist te stationeren. Maar via Persity is er nu vanuit onze specifieke kennisbehoefte toch samenwerking ontstaan. Want hoe goed een consultant ook is, hij kan altijd tegen een probleem aanlopen dat net buiten het bereik van zijn kennis ligt. Nu Persity en Ctac hun netwerk op elkaar hebben aangesloten, profiteren zij van elkaars expertise en ervaring, zodat ze samen een groter kennisgebied dekken.”
“We kunnen daarom ook consultants uit het netwerk van Persity bij onze eigen lopende projecten inzetten”, vult Hilgerdenaar aan. “Met Persity hebben we hier goede afspraken over gemaakt. Hun mensen beschikken over een kennisniveau dat minstens gelijkwaardig is aan dat van onze medewerkers: we zijn immers een van de grootste Gold Partners van SAP in de Benelux en Gold Partner van Microsoft. Daarnaast moeten ze echter ook passen bij onze bedrijfscultuur van ondernemende en slagvaardige consultants, die vanaf de werkvloer innovatie stimuleren. Samen met Persity hopen we onze HR-doelstellingen met betrekking tot de in- en doorstroom van personeel te realiseren. Mede gezien de huidige en verwachte schaarste aan SAP-professionals hebben we daarvoor zelfs Persity Search opgericht. Met deze tweede joint venture richten we ons op de werving en selectie van professionals en sales, zowel voor Ctac als voor derden.”
Behalve aan het kennisniveau en de beschikbaarheid van consultants, hecht Van Opdorp veel waarde aan de continuïteit in de relatie met de recruiter zelf. “Bij menig bureau is er een hoog personeelsverloop”, ziet Van Opdorp. “Bij Persity heb ik al lang te maken met dezelfde contactpersoon. Ons contact verloopt daardoor heel laagdrempelig. We kunnen bij een kopje koffie allerlei onderwerpen bespreken, van praktische zaken tot onze visie op de markt. Doordat onze relatie zich heeft verdiept, kan mijn contactpersoon nog beter inspelen op mijn wensen. Hij is daardoor haast een accountmanager van Applied Materials geworden. Die toewijding maakt Persity uniek in deze vechtmarkt.”
In de VS werkt Applied Materials sinds enige tijd met preferred vendors. Omwille van efficiency zocht het technologiebedrijf ook binnen Europa naar een voorkeursleverancier. “Hoe tevreden ik ook over Persity ben, ze waren hier als relatief klein bedrijf nooit voor in aanmerking gekomen”, bekent Van Opdorp. “Binnen Applied Materials is het heel lastig om een preferred vendor te vinden. Als we hiervoor een onderneming selecteren, moet dat een stabiele marktpartij zijn, zodat we echt jaren vooruit kunnen. Maar juist toen we aan het zoeken waren, kondigde Persity aan dat het nauw ging samenwerken met Ctac: een beursgenoteerd ICT-bedrijf dat al bijna twintig jaar bestaat en beschikt over meer dan vijfhonderd medewerkers, verspreid over heel Europa. Dat was precies de continuïteit waar Applied Materials naar op zoek was, zodat Persity Resourcing alsnog onze Europese preferred vendor is geworden.”